Zoveel meer dan de gouden driehoek
Reizen

Zoveel meer dan de gouden driehoek

Door Ine · 20 juli 2025

We reizen verder naar het noorden, naar de provincie Chiang Rai, waar we naast de stad, een aantal buitenaards mooie tempels zien, een mooie route door de bergen rijden, langs de longnecks gaan en het drielandenpunt met Myanmar en Laos bezoeken, tevens de plaats waar de opiumhandel ooit groots bloeide (wat overigens niet het hoogtepunt van de trip was). Oh ja en aan het eind gingen we ook nog op onze eigen Bas en Inesafari... zucht... Genieten geblazen hier! Als je het mij vraagt mijn beste blog tot nu toe van deze vakantie:

Vrijdag 18 juli hebben we een beetje een trage opstart; ik heb prima geslapen, Bas iets minder en Sam, tja Sam staat gewoon weer aan. Je hoeft bij ons aan de ontbijttafel nooit bang te zijn dat er een doodse stilte valt haha. En geloof me; dat is echt niet dankzij mij, want ik ben in de ochtend voor een bak koffie serieus niet te genieten en als je je mond open trekt, vraag ik je serieus hem weer dicht te houden... vraag maar aan Bas...! Dit ontbijt is echter voor het laatst opgewarmd toen de groep senioren om 6:30 vertrok en dus hebben we een koude Thaise rijsttafel, ach je kunt niet alles hebben. Sam hapt wat komkommers, wortels, een ei en wat rijst weg en na het snelle pakken (voor al die losse enkele nachtjes hebben we aparte tassen gepakt) zijn we weer op weg. Sam heeft vandaag lekker zijn luisterboekenkoptelefoon op en kan lekker verhaaltjes luisteren en ik moet zeggen: het is voor de verandering even lekker rustig in de auto. Meestal ben ik er niet zo van, dit soort excuses om zelf even rust te hebben, maar hij vindt dat zo leuk en een reis van krap 3 uur mag voor hem ook best op een andere manier vertierig zijn. Bovendien zijn we allebei nog een beetje moe, en dan is elke input (x100 voor Sam) soms een beetje veel.

De route leidt ons weer langs prachtige rijstvelden, waar mensen hard aan het werk zijn en vervolgens door mooie bergpassen, waar druk gewerkt wordt aan een minder hobbelige kronkelweg langs de berg. De reis kent vandaag geen stops, met uitzondering van een PTT tankstation, waar we een mooi schoudertasje kopen, zodat knuffel Zwabbertje van Sam ook af en toe mee kan kijken tijdens excursies (scheelt weer een hand die hij vrij heeft). 

Wat Rong Khun

Net na de middag arriveren we bij het hoogtepunt van de stad Chiang Rai zelf: Wat Rong Khun, de zogenaamde Witte tempel. Als je googelt op ‘Chiang Rai’ zie je als eerste afbeelding deze tempel. Maar dat plaatje doet echt af aan de werkelijkheid: het is serieus een nog mooiere tempel. Volledig wit met ingelegde zilveren spiegeltjes en die afwerking, die finesse. Echt fantastisch.. Hij lijkt wel te schitteren met het zonlicht er op. En het grappige is: deze tempel is nog niet af. In 1997 zijn ze begonnen met de bouw, een individueel initiatief van Ajarn Chalermchai, een beroemd Thais kunstenaar die er zijn persoonlijke levensmissie van maakte om deze tempel van eigen financiën (inmiddels meer dan 1 miljoen) neer te zetten als dank aan wat het boeddhisme hem bracht. En buiten dat de tempel mooi wit schittert, is hij erg bijzonder, want aan het begin lijkt het wel het vagevuur waarin mensen en handen verstrikt zijn geraakt. Werkelijk prachtig, maar ook evenwel indrukwekkend uitgebeeld.

De tempel blijkt het pad naar de hemel te laten zien: het pad naar verlichting met aan de zijlijn alle verleidingen, verlangens en hebzucht die je proberen af te leiden van dat pad. Omdat de tempel zo jong is zijn in de tempel zelf schilderingen te zien van superhelden, zoals uit Star Wars, Spider-Man, maar ook de matrix, op een echt hele mooie manier verbonden met symbolische schilderingen uit het boeddhisme. We mochten geen foto maken in de tempel en dat hebben we dan dus ook niet gedaan.

Achter de tempel zien we werkers hard bezig om ornamenten te maken voor de tempel ernaast. En zo hard als ze nieuwe dingen maken, zo worden tegelijkertijd ook de huidige tempelelementen al gerenoveerd. Overal op het terrein worden mooie dingen gecreëerd en ergens doet het me wel wat aan Gaudi met het soort vormen denken en tevens het feit dat een man dit alles vanuit een spirituele overtuiging doet. 

Baandam museum / Baan Si Dum

Een half uurtje verder gaan we naar de tegenhanger van de witte tempel, denken we: de zwarte tempel. Daar zou naar verluid meer de hel dan de hemel uitgebeeld worden en wordt overal aangeraden om te bezoeken en dus rijden we erheen. Het regenseizoen heeft even bepaald dat het met bakken uit de lucht komt, maar dat mag niet deren, want wat afkoeling kunnen we wel gebruiken. In deze auto lijkt het sowieso elke dag slecht weer, omdat de ramen verduisterd zijn tegen het zonlicht. En dan kom je buiten en denk je: 'oh valt eigenlijk wel mee dus!'. Enfin terug naar deze tempel die een museum blijkt te zijn, waar kunst in hangt. En inderdaad: er hangen doodshoofden en er liggen krokodillenhuiden over een tafel en daarnaast is er prachtig houtsnijwerk in sommige van de palen en de deuren. En overal buffelgeweien, maar eerlijk gezegd komt het bij ons niet echt binnen wat nou precies het idee van de artiest was. Een beetje cru en gruwelijk is het wel met al die agressieve creaties en houten beelden met enorme geslachtsdelen. Er is niet echt een verhaal en ik kan ook 100 dezelfde soort doodshoofden en geweien neerhangen, maar dat maakt het nog niet de hel. En buiten de houtsnijwerken vind ik de afwerking van de 15 huisjes niet heel erg bijzonder. Zijn we misschien te verwend met al die perfect afgewerkte tempels? We lopen een rondje, maar concluderen snel dat dit niet helemaal de plaats is waar wij iets mee kunnen voor we door rijden naar de laatste tempel voor vandaag: de blauwe tempel.

Wat Rong Seur Ten

De blauwe tempel is, zoals de naam zegt: blauw. En dat ziet er serieus echt wel weer bijzonder anders uit. Zeker met parelmoer-witkleurige boedha’s die ertegen afsteken is het een bijzonder beeld. We steken met Sam een kaarsje en een paar wierookstokjes aan en offeren wat bloemetjes, hij vindt het allemaal prachtig om te doen. En loopt rond met zijn vinger over zijn mond ten teken dat iedereen wel stil moet zijn. 
Kleine manager!

Night market

We rijden naar ons hotel ‘Nak Nakara’, wat serieus echt heerlijk is. Vriendelijke mensen, mooie nette kamer, sfeervolle buitenomgeving. En we krijgen een mooi kaartje waarop we gewezen worden naar de mooiste dingen in de omgeving. We besluiten, na een duik van Sam en mij in het zwembad (hij is aan het leren zwemmen hier op eigen initiatief en dat gaat nog best goed), naar de Night Market toe te lopen.

En die is, het moet gezegd worden, serieus echt bere-gezellig. Een foodcourt met zoveel opties dat je er keuzestress van zou krijgen waar Bas en ik een lekkere hotpot bestellen met kruidige bouillon en een bijbehorende schaal met vlees en vis, groente en noodles, die we lekker in die pot op kooltjes kunnen koken. Geweldig! Is serieus zo leuk om te doen! Sam heeft ook zijn eigen maaltje gekozen en dus eet hij vanavond loempia’s, krokante kip, een stukje wortel en frietjes. En gezamenlijk drinken we een lekkere kokosnoot weg. Wat een heerlijke avond. Nadat Bas nog twee stokjes saté heeft weggewerkt willen we een toetje halen, maar de mevrouw met de heerlijke toetjes ligt serieus al te slapen achter haar kraampje. Tja en om haar nou wakker te maken….

We laten haar dus lekker liggen en lopen nog een rondje over de night market waar we twee mooie houtsnijwerkjes kopen (en lekker afdingen) bij een lokaal tentje, want potverdikkie wat hebben we een zwak voor die houtsnijwerkjes. Nog nergens gezien overigens. Waarschijnlijk komen we die dingen op nog 100 plekken tegen straks in Chiang Mai, maar wij vonden het mooi (het teak-houten plankje met de olifantjes was onder de balie weggemoffeld omdat de afwerking niet mooi genoeg was: precies wat wij zoeken). Enfin, de koffers gaan weer zwaarder mee terug, maar we zijn er echt heel blij mee.

Ook echt weer iets voor ons. Wij zeggen ook echt bewust tegen elkaar als we een kraampje zien waar we allebei een zwak voor hebben: ‘ok nu hier snel voorbij lopen voor we iets leuks zien’, want we zouden ons hele huis wel vol kunnen bouwen met alle mooie reisaandenkens die we in de tijd hebben gescoord. Het wordt er wel steeds meer ons huis van door al die prachtige reizen die we gemaakt hebben samen en daar word ik echt heel blij van. Wat hebben we al veel gezien en meegemaakt door de jaren heen. Terug naar het hotel scoren we nog een waterijsje voor Sam, maken een foto bij de klokkentoren en kruipen het bedje (Sam) en de lobby (wij) in na een heerlijke dag. 

Zaterdag 19 juli
Zaterdag beginnen we met een werkelijk heerlijk ontbijtje. En echt: als de dag begint met goede krokante Aziatische gerechten, chic gevouwen sandwiches met krokante garnaal, panna cotta. Nou ja gewoon allemaal van die dingen waarvan ik nomnomnom denk, dan kan het niet anders dan gewoon een heel mooie dag worden. En ik heb ook erg veel zin in vandaag, want ik ben natuurlijk al twee keer in Thailand geweest, maar er was sowieso een ding waar ik naartoe wilde en dat is de Golden Triangle. En die bezoeken we vandaag. 

Ik heb een leuk routetje uitgezet: onze verdeling is een beetje: Bas rijdt, ik bepaal de route en de highlight-stopjes onderweg en Sam vertelt ons waar de U-bochten zijn, hoeveel minuten we volgens de navigatie nog moeten en dat we 'Lekker bezig, papa' zijn (kleine papegaai). Op repeat continu overigens, maar gelukkig vermaakt hij zich prima. Vandaag eindelijk maar eens uitgezocht of linksaf slaan vrij is, zoals dat bij ons met rechtsaf het geval is. En wat blijkt, na ongeveer 20 x stil blijven staan voor een stoplicht, blijkt nu dat die alleen gold voor het verkeer dat rechtdoor en rechtsaf ging. Sorry Thaise mensen die achter ons stonden, bedankt voor jullie geduld. 

Karen Long neck stammen

Onze eerste stop van vandaag is bij een long neck stam in de buurt van Chiang Rai. Je weet wel, met van die ringen om hun nek, waardoor het lijkt of ze een enorme nek hebben. We hebben even getwijfeld of dat niet inmiddels te gecommercialiseerd is, doordat vele toeristen de stammen bezoeken. Na een goede research kwamen we er echter achter dat de stammen gevlucht zijn uit Myanmar, omdat hun cultuur daar niet werd geaccepteerd. Ze leven nu op verschillende plekken in Noord-Thailand in vrede, maar leven wel van kleine inkomsten. Het bezoek van toeristen helpt hen dus in hun levensonderhoud. En dus gaan we er maar eens kijken. We rijden een klein eindje Chiang Rai uit en ik ben eerlijk gezegd wel een beetje gespannen. Voelt toch een beetje als aapjes kijken, terwijl: die mensen hebben gewoon hun cultuur en daar is dat gewoon zo. Maar ja we zijn natuurlijk op onszelf daarheen, niet met een groep ofzo, dus wie weet verwachten ze ons niet.

Mijn spanning blijkt onterecht. We rijden een jungle-achtig plekje in waar we 2x 300 baht entree betalen. Dat voelt wel een beetje gek voor het bezoeken van een dorpje en zorgt ook wel een klein beetje extra voor wat argwaan: willen we hier echt heen? Echter, nadat we een lange klei-achtige trap aflopen midden in de jungle met alleen maar dierengeluiden op de achtergrond en bij de eerste dorpjes (in totaal 5) uit komen zien we dat de zorgen voor niets zijn geweest. Het is hier echt nog heel lokaal en voelt voor ons niet echt toeristisch, misschien ook omdat er gewoon geen toerist te bekennen is op dit moment. Want natuurlijk is het dat wel een beetje, want overal zijn kleine winkeltjes waar ze de spulletjes die ze aanbieden verkopen. De dames zijn aan het weven bij een zelfgefabriceerd weefgetouw en daar zien we ook de eerste dames met de ringen om hun nek. In het begin kijk je er even raar van op, maar heel veel respect voor het gewicht wat deze dames om hun nek dragen. 

Een klein geschiedenislesje

Van oorspong is deze culturele traditie ontstaan omdat in het verleden  de stam werd aangevallen door tijgers. Een aantal leden van de stam overleed doordat zij gebeten waren in hun nek. Om zich te beschermen besloot de stamleider de vrouwen ringen van goud om hun nek te laten dragen, zodat het niet meer kon gebeuren. En zo is het gebleven. Elke drie jaar krijgt een vrouw er 3 ringen bij. Dit is overigens geen verplichting, er zijn ook zeker verschillende mensen die we het niet zien dragen, maar veel dames blijven het doen, omdat het nou eenmaal een cultureel dingetje is. Je zou overigens zeggen dat de nek van deze dames uitgerekt wordt, maar dat blijkt niet zo te zijn. De schouders en ribben worden naar beneden gedrukt en het hoofd omhoog. Door de steun van de ringen is het voor de vrouwen levensgevaarlijk om de ringen af te doen, want de nekspieren zijn volledig lamgelegd. Ringen gaan dus ook niet meer af. Een volledige ringenset weegt wel 8kg op de schouders. 

En serieus, de mensen zijn echt heel lief; vrouwen, kindjes; prachtig om te zien overigens. Gezichtskenmerken die duidelijk niet uit Thailand, maar meer uit Myanmar afkomstig zijn, prachtig gevormd. De mensen zijn ook erg vriendelijk en totaal niet opdringerig. En natuurlijk proberen ze wel wat te verkopen en natuurlijk kopen wij ook wat (en betalen bovengemiddeld veel), maar we voelen ons erg op ons gemak. En ook kindjes hebben ringen om hun nek. Dat kun je natuurlijk zielig vinden, maar dit is gewoon cultureel erfgoed voor hen. Ik probeer er dan ook niet met mijn Nederlandse bril naar te kijken, maar met een open blik. Wat mooi dat ze hun tradities in stand kunnen houden en serieus hun eigen rustige leven leiden op hun eigen manier. 

Een van de kindjes deelt een koekje met Sam, die steeds meer op zijn gemak is. Hij aait een poesje, gaat zitten naast een mevrouw en zwaait zowaar als we door gaan richting onze volgende bestemming.

Golden Triangle en House of Opium

We rijden een krap uurtje naar de Golden Triangle, die overigens niet de gouden driehoek heet vanwege de drie boeddhistische landen die hier kruisen (Myanmar-Laos-Thailand), maar vanwege de bloederige opiumhandel die hier plaatsvond in de vorige eeuw. 

Daarover lezen we meer in het serieus interessante ‘House of Opium'-museum. De overmatig veel groeiende poppy’s van de papaverplant werden hier in veelvoud geteeld voor de opiumhandel en de handel was een gouden business tussen de drie landen, vandaar: gouden driehoek. Echter, het had ook zijn nadelen, want de streek was totaal niet veilig, er ontstonden vele conflicten en oorlogen tussen de landen die betrokken waren en daarnaast waren er zeer veel mensen verslaafd aan de heroine, opium en morfine die hier gemaakt werd. De opiumhandel is niet verdwenen, maar de laatste jaren wel sterk aangepakt door alternatieven te bieden, zoals theeplantages en de straffen te verhogen. Het is echt een heel interessant museum en geeft ons een goed inkijkje in de historie van dit gebied.
Maar van het drielandenpunt zelf hadden we toch iets meer verwacht. Ja, je kijkt uit over een rivier die links een hoekje van Myanmar bergt en tegenover de rivier de enorme flats van Laos, maar je kunt er niet heen (behalve met een boot en daar hebben we vandaag niet zo’n ambitie naar) en het ‘park’ zelf vraagt om wat extra onderhoud. Als hele boeddhabeelden mooi onderhouden kunnen worden, moet dat met een toeristisch punt als dit toch ook wel lukken om geen Boeddha met afgebladderde verf neer te zetten en een vaal geworden symbool van het drielandenpunt.

0

We besluiten het uitzichtpunt met bijbehorende tempel te beklimmen en die is dan serieus nog wel mooi. Het uitzicht is niet heel bijzonder, maar Sam wil graag een kaarsje aansteken en bij de 20 baht die je daarvoor betaalt zitten ook stukjes bladgoud die je zelf op de Boeddha mag plakken en dat doen we dus uiteraard even. Mooie serene rustige plek.

1

Mae Sai (De grens met Myanmar)

Stiekem zijn we hier iets korter dan verwacht en we kunnen natuurlijk al naar ons potentieel fantastische mountain resort, maar eigenlijk hadden we gehoopt dat we op het drielandenpunt even de grens over konden en wellicht een stempeltje zetten in ons paspoort. Voor Laos werd dat sowieso lastig door de verplichting van een visum, maar Myanmar zou potentieel mogelijk moeten zijn. Alles echter als het kan. Ik heb al wat rondgezocht op het internet, maar kan er serieus weinig over vinden. En dan vind ik ergens een bronnetje dat zegt dat er 40 minuutjes verderop een border crossing is over de weg, in het plaatsje Mae Sai. En het zou daar mogelijk kunnen zijn om voor een uurtje de grens over te gaan, Myanmar in (het stadje aan de grens met Thailand) en vervolgens weer terug en dan natuurlijk die stempel van Myanmar in je paspoort. Echt weer wat voor ons om daar dan weer een uitdaging van te maken om toch even die grens over te willen in de gloeiende drukkende vochtige zonnige warmte van de middag. En dus cruisen we met onze Honda lekker richting de grens, en ik merk dat we toch allebei een beetje gespannen zijn. We weten eigenlijk niet goed hoe dit in zijn werk gaat en willen ook niet problemen veroorzaken. En het blijft toch Myanmar weet je, het politieke klimaat is daar gewoon niet zo heel gezellig momenteel. We draaien de auto alvast om, want als we de grens over gaan, doen we dat te voet en lopen voorzichtig met zijn drietjes richting het grensgebouw. Daar staan we een beetje te weifelen: wat gaan we doen, hoe gaan we het doen. Uiteindelijk zie ik links wat politiemensen werken (chillen in de zon) en ik besluit even wat in te typen op Google Translate 'Is het mogelijk om de grens met Myanmar over te steken en een stempel in ons paspoort te zetten en daarna terug de grens met Thailand over te steken?’; vertalen van Nederlands naar Thai. Ik loop dapper die kant op en laat mijn telefoon zien, waarna de beambte die er uitziet of hij de andere chillende mannen aanstuurt me verwijst naar het poortje voor immigratie. En dus lopen we daar naar binnen. Kunnen we hier echt gewoon doorlopen? Ik heb het er gewoon niet zo op, vind het echt een beetje spannend. We willen ook gewoon geen risico nemen, moeten we hier dan gaan kutten over serieus een stempeltje? Een immigratie officier met mooi bruin uniform ziet onze twijfel en ik laat hem mijn vertaling zien, waarna hij ons perfect kan uitleggen; weliswaar een beetje moeilijk te verstaan, maar dat het voor buitenlanders niet mogelijk is hier momenteel de grens over te steken. Dat kan alleen via luchthavens in Bangkok en Chiang Mai. Ok duidelijk. Dat wordt dus een no-go, Dank u! Bye!

2

De paarse tempel

We willen eigenlijk terug lopen naar de auto, overigens wel tevreden over het feit dat we het gewoon wel geprobeerd hebben, want nu weten we in ieder geval gewoon echt dat het niet kon, in plaats van dat we blijven denken ‘zou het kunnen?’ En net voor we bij de auto zijn, zegt Bas: er was hier toch nog een schorpioenen tempel in de buurt. Ik rol even stiekem met mijn ogen, want ik ben er eigenlijk wel een beetje klaar mee voor vandaag. het zweet staat tot aan mijn bilnaad, en stiekem kijk ik wel een beetje uit naar dat mooie bergresortje dat ons in het vooruitzicht ligt. Maar ja, ook ik kan niet ontkennen dat als ik de foto’s van Wat Phra That Đoi Wao bekijk, dat dat eigenlijk serieus wel gewoon een heel mooie tempel is: paars parelmoer. Prachtig. 

En ja hoor, we slaan nog even een sfeervol zijstraatje in met 33 graden en klimmen ruim 200 treden de trap naar de tempel op. En we tellen natuurlijk met Sam samen, want je moet iets doen om ook hem gemotiveerd te houden. Elke 30 treden staat zijn fles water op hem te wachten en voor we vertrekken zet hij zijn op zijn horloge (lees: airtagbandje) de ‘klimgeitmodus’ aan, wat wil zeggen dat hij dan daarna ineens hele bergen op klimt zonder te klagen over vermoeidheid. Handig zo’n standje joh, zou ik ook wel willen! 

Het is de inspanning echter meer dan waard, want boven aangekomen vinden we een werkelijk fantastisch mooie tempel. Toch echt anders dan de tempels verder in het binnenland, zo aan de grens met Myanmar. Paars parelmoer met witte en groenblauwe accenten. Even verderop vinden we ook nog een ‘skywalk’; een soort glazen platform bovenop enorme poten op de afgrond er onder, waarover je heen kunt lopen (erg blij dat ik geen angst voor hoogtes of dieptes hebt) en daarnaast mooi uitzicht hebt over de grens en Myanmar. Daarvoor moet je wel mooie paarse pantoffeltjes aan, die Sam ineens weer een ‘beetje spannend’ vind en dan niet die bizarre hoogte of het glazen platform, maar de pantoffeltjes... (dat heeft ie soms ineens). Nadat we de skywalk voltooid hebben lopen we een soort Koningsjuwelenzaal met boedha’s in, echt in allerlei soorten en maten, ingelegd met goud, zilver, brons en allerlei andere kleuren spiegeltjes. Het schittert en schijnt overal en je zou het kitch kunnen noemen, maar ik vind het serieus echt heel verzorgd. We ontvangen een rood bandje van een plaatselijke monnik, die ons bandje inzegent met een prachtig gefluisterd gebed. Het duurt even voor Sam ook durft, maar uiteindelijk heeft ook hij een mooi bandje om zijn pols, want hij wilde wel, maar hij durfde even niet.

We eten een ijsje en met een ijsje in je buik gaat afdalen van 200 treden ineens een stuk gemakkelijker, zeker voor kleine jongens van 4 jaar oud. Grappig ook: hij wil niemand een hand geven, maar als je hem een snoepje of ijsje geeft loopt hij zonder problemen met iedereen mee. Gevaarlijk recept voor kinderlokkers. 

Enfin, ik ben ook echt blij dat we alsnog de klim gemaakt hebben, ondanks dat ik totaal geen zin had, was het de inspanning meer dan waard en misschien wel het hoogtepunt van deze dag. Anders dan verwacht, maar zeker heel tof.

3

Katiliya mountain resort & spa

We besluiten af te reizen naar ons berghotel, waarvoor we de laatste kilometers volledig een berg gewoon op rijden, maar dat je zeg maar weet: als we bovenaan de berg zijn, zijn we ook bij ons resort. Zeker als bij het begin van de berg al aangegeven staat dat het die kant voor het resort is en de enige weg dan nog naar het resort is 3 km lang ofzo. We rijden nog een keertje verkeerd, want blijkbaar heeft dit resort ook een eigen ‘garden’, ‘park’ en een eigen ‘deer stay’, maar wij gaan toch omhoog richting hotel. Daar worden we heerlijk ontvangen en nadat ik de lachers op mijn hand heb gekregen, omdat ik het nummerbord op moet schrijven bij onze check-in en mijn best doe om ook de Thaise tekens over te nemen, worden we met een golfkarretje (ja serieus!) naar onze mountain lodge gebracht. Wat een luxe! Zou je misschien denken: is dat zo’n afstand dan naar die lodge?!, nou zij vonden van wel, wij vonden het wel meevallen. Wat een service. Als we 0 bellen op de telefoon komt iemand ons ook weer ophalen als we naar het zwembad of de receptie willen, maar wij besluiten dat we ook gewoon benen hebben gekregen om te lopen en klimmen dan met liefde een paar metertjes de berg op. Aangekomen in ons kleine paleisje noem ik het maar even, want potver wat een mooie kamer. De badkamer is gewoon een balzaal met bad voor 2 personen en enorme douche, in het kingsizebed kunnen we elkaar niet eens vinden en het terras kijkt uit op het enorm uitgestrekt groen berggebied. Wat een heerlijk plekje.

4

Even later liggen we met zijn drieën lekker in het zwembad, nadat Bas een Ine-actie gedaan heeft en de pasjes in de kamer heeft gelaten waardoor we niet meer binnen kunnen. We spetteren lekker, maar die kleine meneer is eeeecht gesloopt en alles wat even niet lukt resulteert in een klein overlijden van binnen. We besluiten dus op tijd te gaan dineren, zodat hij wat eerder naar bed kan.

Het diner vindt plaats met uitzicht op de andere kant van de berg, ook al zo mooi en met dat heerlijke uitzicht besluiten we er maar een beetje extra van te genieten met een lekkere cocktail! Sam heeft een kleurboekje bij, dat gaat ook wel weer en wij genieten van het serieus verrukkelijke eten. Ik heb iets van rode curry ‘little spicy’. Nou voor mij ‘behoorlijk spicy’, maar lekker is het wel en we genieten prima van de avond. 

Nadat de kleine meneer op 1 oor ligt lopen we een rondje over het enorme park met allemaal van die prachtige lodges, kleine paadjes, mooi begroeide jungle inclusief planten en dieren en sfeervolle aangelegde plaatsjes. Een van de mooiste plekjes waar ik ooit geweest ben, wauw! 

Tijd om het gezamenlijk bad uit te gaan proberen! Slaap lekker.....

Op safari met Bas en Ine. 

En dat zou eigenlijk het einde zijn van de blog over Chiang Rai, aangezien we vandaag door reizen naar Chiang Mai. Maar ja, inmiddels hebben we er nog een avontuur extra op zitten en ben ik 20 hartverzakkingen verder. Ik kan er bijna een losse blog over schrijven, maar ja het hoort nou eenmaal bij deze blog over de Chiang Rai provincie, dus houd je hart vast!

Zondagochtend begint met een heerlijk ontbijtje in onze mountain-hemel. Vannacht om 05:00 ging het helemaal los in de jungle inclusief keihard onweer en stormregens. En dus midden in de nacht er even uit om alles onder de terrasoverkapping ook binnen te leggen, want de storm raast hier volledig onderdoor. Vet! Verder heerlijk geslapen in ons 3 meter brede bed ofzo. Sam heeft inmiddels een ontbijtfavoriet ontwikkeld: melk met Kellogs-achtige dingetjes en net voor we willen vertrekken krijgt hij van de lieve restaurantmanager (die gisteren al een hartje met zijn vingers gevormd als gedag kreeg van Sam) een klein houten uiltje cadeau. De hoeveelheid cadeautjes die deze kleine charmeur hier ontvangt is ongekend. 

We hebben besloten om voor we onze 4 uur durende rit naar Chiang Mai maken nog een bezoek te brengen aan een theeplantage vlakbij en daarnaast heb ik een cacaoplantage gevonden die me ook wel leuk lijkt om te bezoeken. Uurtje omrijden hebben we er wel voor over. 

En dus on route, richting Choui Fong tea plantage. Daar zien we mooie velden met theeboompjes groeien en na wat foto's rijden we door richting de cacao farm Boo Cacao Farm.

Zou 26 minuten rijden moeten zijn. Tot nu toe rijden we redelijk lokaal, maar prima te doen. We rijden door wat dorpjes en we zijn lekker aan de klets als we ineens een klein stukje verkeerd rijden. Echter, de wegen net buiten dit dorpje bestaan uit gegoten betonnen wegen en die zijn: precies breed genoeg, waarna het beton zeg maar ophoudt en de aarde er onder 20 centimeter lager verder gaat. Ik hoef jou niet te vertellen dat dat regelmatig zorgt dat mijn adem benomen wordt omdat ik bang ben dat we naast de weg raken en niet meer terug de weg op komen. Het maakt het daarnaast niet echt realistisch om te draaien midden op deze weg. En dus rijden we een stukje door in de hoop op die mogelijkheid. Echter, de betonnen weg is net nieuw en houdt dus ook ineens op. Terug kunnen we echter nog steeds niet en dus rijdt Bas voorzichtig over het provisorische schuine stenen afrijrandje. En ook al doet hij dat heel rustig, de onderkant van de auto vindt het nog steeds niet leuk en dan moet je nagaan: we moeten zo ook nog terug omhoog. Iets verderop kunnen we draaien en ik stap uit om als Bas zo dat randje schuin op rijdt, hij niet gelijk links van het beton weer af rijdt. Joh ik heb het hier al niet op hè. Ik ben ook gewoon niet zo'n held met de auto en dit soort dingen: man ik ben al als de dood dat we niet omhoog komen, vast komen te zitten en niet bij ons hotel aan komen. En als dit dan het spannendste moment van het komende uur was.. maar ja dat weet ik op dat moment gelukkig nog niet. 

Enfin, Bas rijdt schuin op het randje af en de auto spint als een malle in het plasje ervoor.

Nope. 

Oh mijn hoofd is al noodscenario's aan het bedenken. 

Bas rijdt terug achteruit en iets harder er op af en wonder boven wonder trekt ie de auto er overheen. Pohhh wat een opluchting.

We rijden het bruggetje over naar de andere kant van de rivier en hier blijkt het beton nog niet gestort. Sterker nog, daar zijn ze de voorbereidingen voor aan het treffen. Aan de ene kant fijn, want dan kun je ook niet van de weg af raken, maar ja het is natuurlijk niet voor niks dat ze daar een betonnen weg willen aanleggen, want het alternatief is een modderweg, want vannacht heeft het natuurlijk gespookt. De constructie medewerkers kijken ons een beetje twijfelachtig aan en zo voel ik me eigenlijk ook wel een beetje. Willen we hier echt langs? Maar een van de medewerkers wuift dat we er wel langs kunnen en dat lukt dus ook. 100 meter verder verandert de weg in een soort modderpoel en ik ben al klaar hè. Bas stapt even uit de auto om de situatie te bestuderen, maar ik krijg hier echt de zenuwen van. Is dit het echt waard om nog 6 km naar die fucking cacao plantage te rijden. Nee voor mij absoluut niet. Ik twijfel zeg maar niet eens. Dit is voor mij een groot rood kruis. We hebben nog genoeg te doen vandaag. Bas komt terug en ziet het wel zitten en terug is ook niet echt een optie. Dat voelt echt als een zwaktebod, maar ja aangezien hij de auto bestuurt gaan we toch vooruit. Maar wel onder stil protest van mij. De dood of de gladiolen dan maar. Deze Honda Civic heeft echter blijkbaar genoeg wheel drive om door deze bende heen te komen, maar ja wat gaat er hierna nog volgen dan? Het is niet alsof we er over 200 meter zijn, want we moeten nog 6 kilometer. En verderop ziet het er niet beter uit.

We rijden over een pad waarvan we niet bang hoeven te zijn dat we toeristen tegen komen, want zelfs de lokale bevolking wil hier niet rijden. Ik schijt echt zeven kleuren stront van de spanning en probeer intussen wel een klein beetje te genieten van de serieus fantastische omgeving. Tering wat is het hier mooi, en dan vervolgens weer een hartverzakking vanwege de modder, de gaten en de smalheid van hetgeen wat ze de weg noemen. Ik vergeet te zeggen dat we ook langzaam een berg omhoog aan het rijden zijn en dat ik op links continu de afgrond dichtbij zie komen. Heb ik normaal geen angst voor, maar met deze paden is eigenlijk alles te veel. 

We komen zowaar een kruising tegen en slaan linksaf verder de berg omhoog. Tering man als we hier iemand tegen komen of toch terug moeten... wat dan? Ik zou het niet weten joh.

200 meter verderop is een eenzame man bezig aan de weg en start het beton 20 cm hoger. Hier kunnen we echt met geen mogelijkheid verder. Bas wil nog vragen naar alternatieven aan de Thaise oude man, maar die loopt snel weg als we samen met mijn tegenzin zijn kant op lopen om te vragen hoe we er zouden moeten komen. 

En dus gaan we achteruit het stukje berg af tot ik even uitstap en we voorzichtig draaien. Ik zou eigenlijk wel de weg terug willen pakken (die is kut, maar we weten in ieder geval wat we kunnen verwachten), maar Bas is nog steeds onderweg naar de cacaofarm en heeft ontdekt dat er nog een mogelijkheid is. 

Serieus....?

Ik dacht dat IK doorzettingsvermogen had, maar deze jongen is soms echt niet te stuiten. Tegen beter weten in of niet? Ik had die cacao plantage al 6x opgegeven en wil gewoon naar het hotel. Of eigenlijk allereerst gewoon naar een fatsoenlijke weg.

Tegelijkertijd moet ik zeggen dat Bas echt super rijdt. En daar hebben we het even later over als we toch de alternatieve route naar de cacao plantage pakken. Ik heb wat dat betreft wat minder ervaring met het rijden van auto's en dit soort dingen vind ik gewoon wat sneller spannend, maar Bas vindt het een uitdaging. Hij gaat ervan aan. En met zijn bus moest hij ook wel eens gekke manoeuvres uitvoeren. En daarbij weet ie wat hij in dit soort situaties moet doen. En dus durft hij het wel aan. En het is maar goed dat hij het weet, want ik was al 20x omgedraaid.

De alternatieve route blijkt te bestaan uit meer modderpaden, in sommige gevallen schuin omhoog, waarbij mijn adem soms in m'n keel zit. Maar als we dan weer horizontaal rijden en ik het uitzicht zie denk ik: tja, vergeet niet ook te genieten tijdens het stressen. En dan is de alternatieve route naar de cacao plantage ineens een soort bospad geworden. En daar kan Bas niet anders dan toegeven dat dat niet realistisch is. 

Nope, wordt hem niet. 

Er is gelukkig een weggetje naar beneden, maar wat komt er verder nog?

Het ini-mini dalletje bestaat uit drie betonnen platen en de navigatie wijst omhoog. De auto weer even uit en het modderpad bestuderen. Ja, blijkbaar goed bevonden door Bas en dus gaan we niet terug maar verder. Is dit het laatste punt waar we kunnen draaien?!

We gaan de berg verder en verder op en verder op en de hellingen zijn soms wel 45 procent zo steil. Dat wordt overigens niet met een bordje aangegeven hier, want de drie bewoners op deze berg weten dat gewoon. Onze Honda lijkt wel een 4x4, zo kranig verweert hij zich. 

En elke keer als ik denk dat we het hoogste punt van de berg bereikt hebben, gaan we weer met achtbaansteilheid verder omhoog. 

Totdat we zo'n punt bereiken waarop we het uitzicht van de hoogte zien. 

Wauw!

Wat is het mooi! We kijken over het hele dal uit vanaf een prachtige hoogte. Ok vooruit, dit is wel een mooie troost voor de cacao farm en de route. Serieus fantastisch mooi. Mijn hartslag is weer wat gedaald en ik geniet zowaar even. Sam overigens ook, want van de spanning heeft ie gelukkig niet veel mee gekregen. Er moet nog even een Hilux passeren op de weg (en dat kan dus zelfs op deze smalle betonweg) voordat we langzaam weer afdalen naar beneden, via een route die minstens zo mooi in de jungle is, gelukkig voor mijn hart ook langzaam wat minder spannend. Zodra we de laatste steile 45 graden naar beneden hellingen gehad hebben en ik de grote weg zie ben ik weer gerustgesteld. Op naar de 4- uur durende rit naar Chiang Mai, over een normale weg gelukkig!!

De foto's representeren overigens totaal niet de ervaring, want het ziet er wel wat minder heftig uit zo!

5

Lees verder

Waar gaat de reis verder?

Ik zou het leuk vinden om te weten als je het een leuke blog vond :)

dit een mooi verhaal

Deel dit verhaal

Alle verhalen

De route tot nu toe

Thailand 2025

11 stops op de kaart · juli 2025

Bekijk op de reiskaart →

2 reacties

  1. Mirian Lagas · 20 juli 2025

    Wat een avontuurlijke reis! Mooi om te lezen.

    Inetjuhhh Schrijver · 22 juli 2025

    Wat leuk dat je mee leest, Mirian!! 😁

  2. Papa · 22 juli 2025

    We kunnen via de mooie blogs weer heerlijk meereizen met jullie en alle verhalen en avonturen een beetje meebeleven, zeker ook door de prachtige foto’s die soms zelfs meer zeggen dan 1000 woorden. Dankjewel Ine, blijf lekker luchtig en uitgebreid verslag doen van alles wat jullie meemaken, maar blijf ook goed uitkijken. 😘

Laat een reactie achter

Wordt nooit getoond.

Je e-mailadres wordt nooit getoond of gedeeld. Een eerste reactie lees ik even voordat hij online komt. Zo ga ik met je gegevens om.

Wil je het volgende verhaal niet missen?

Ik stuur je een mailtje zodra er een nieuwe blog online staat. Meer niet.

Je krijgt eerst een mail om je inschrijving te bevestigen. Uitschrijven kan in elke mail. Privacy