Aanbeland in het volgende stukje paradijs van Thailand. En de eerste écht nieuwe plaats voor mij: Sukothai! De eerste hoofdstad van Thailand, of ook wel: een stukje hemel op aarde! En niet alleen door het heerlijke hotel, maar zeker ook door de werkelijk FANTASTISCHE tocht door de heerlijk rustige, maar indrukwekkende stad. Lees maar!
Maandag rond 15:00 arriveren we bij een paradijsje. Ik zie het al gelijk als we er de parking op rijden. Ja hoor, dit is zo'n plekje. Dit is precies zo'n plekje waar ik echt heeeel gelukkig van wordt. Wat dat dan is? Tja, een combinatie van kleine schattige houten huisjes, omringd door veel groen. Bij voorkeur een watertje bij of in de buurt van je huisje. Knus opgezet met van die kleine paadjes waar mooie, veelal groene bomen en plantjes langs staan, net die afwerking van dat strakke grasje, het horen van beestjes in de omgeving (zeker niet om te kroelen met mij, vooral om te horen). Het gevoel dat je gewoon in een stukje paradijs bent aanbeland. En ik ben meteen ontzettend gelukkig. We worden gebracht naar ons te cute stulpje aan het water (waar ik later vanavond lek gestoken wordt, maar je moet er wat voor over hebben) en die kamer is gewoon ook alweer zo mooi. Ook gewoon een volledig eigen bed voor Sam, strakke lakentjes. Heerlijk!
En daarom duiken we gauw met zijn drietjes het zwembad in, want dat hebben we wel verdiend na de tocht van vandaag. We chillen lekker en Sam maakt vrienden met een stel oudere Nederlandse kinderen van een groepsreis die hij binnen no-time alweer als een manager probeert te buigen naar zijn plan. Er is nog een leerproces gaande.
Thaise massage
Even later sluiten we aan bij een heerlijk diner aan het water, met lekkere smoothies en net iets teveel heerlijk eten. We zijn alleen in het restaurant en dus kijkt wel 6 man medewerker hoe we lopen te smikkelen (of zou het Sams schattige hoofd zijn?!), maar daar laten we ons niet door afleiden. We eten op tijd, want vanavond hebben we allebei een Thaise massage geboekt. Ohh potver, heel de middag dus al naar aan het uitkijken naar dat uurtje vanavond.
Ik mag van 20:00-21:00 en Bas een uurtje later en dus vertrek ik rond 19:55 richting massageruimte. Daar mag ik een speciaal massagepak noem ik het maar even, aantrekken. Een wijde katoenen blouse en een veel te grote broek, die met een mooie strik rondom me geknoopt kan worden. Eenmaal aan lijkt het een traditioneel Thais pak en het zit prima. Ik mag gaan liggen en geloof me: deze mevrouw is misschien wat tenger, maar daar is helemaal NIETS van te merken als ze me met haar handen en ellebogen te lijf gaat. Binnen 10 minuten heeft ze alle pijnpunten in mijn nek, schouders en onderrug te pakken en ze heeft besloten het daar niet bij te laten zitten. Als een vuist op een vervelende blauwe plek gaat ze keer op keer tekeer, maar het voelt wel goed. Ik denk dat het nodig was, want ik had de laatste tijd behoorlijk last van m'n rug, nek en schouders. Op sommige momenten gebruikt ze haar hele lijf om alles in mij weer recht te zetten.
Na een half uurtje ofzo mag ik omdraaien en dan komt het pijnlijkste deel: die heup waar ik al een tijdje last van heb. Hoppa die neemt ze even onder handen, en te merken is dat rechts al iets beter gaat, maar ik had ook licht last van links, maar dat had eerst geen prio boven rechts en dus die niet laten behandelen. Nou geloof me: die is inmiddels behandeld! Die heup gaat in standjes die ik nog nooit heb uitgeprobeerd en ze lijkt helemaal te weten wat ze aan het doen is. Tering, dat doet echt fucking veel pijn, maar voelt echt al veel beter. Dat je daar dan een Thaise massage voor moet hebben om dat voor elkaar te krijgen.
Net als ik baal dat het er waarschijnlijk bijna op zit, mag ik nog even rechtop gaan zitten en word ik nog even aan allerlei kanten gedraaid en overal hoor ik knak knak kraak kraak. Van de wereld af zit het er helaas alweer op. Maar dit was zeker niet de laatste deze vakantie! Een uurtje later komt Bas van een andere wereld aangezwalkt! Ah hij had het ook nodig denk ik 😉
Dinsdag
Dinsdagochtend gaat natuurlijk weer net iets te vroeg de wekker, ondanks dat het al 6:50 is. Elk uurtje slaap met al die gave ervaringen is echter mooi meegenomen en dus doet het ook vanmorgen weer een beetje pijn om op te staan. En deels ook letterlijk: want de Thaise massage heeft vooral bij Bas zijn effect gehad en die heeft spierpijn in zijn heupen. Vooralsnog kom ik redelijk vooruit en dat komt mooi uit, want na het ontbijt ontmoeten we bij de ingang van ons heerlijke ‘Le Charme Resort’ fietsgids ‘Miaow’, 'ja inderdaad van het kattengeluid', zoals ze zelf al gekscherend zegt. Haar moeder hield van katten zeg maar haha.
Fietstocht door Sukothai en omgeving
En deze Thaise gids van Sukothai Bicycle Tours is serieus echt een verademing, wat een heeeeerlijk mens! In de eerste tien minuten neemt ze ons al volledig voor zich in, fantastisch! Zo open! Vandaag gaat Sam bij papa op de fiets, want hij heeft serieus echt een koningszetel toebedeeld gekregen. Achter de fiets van Bas zit een eigen stoeltje voor Sam waar hij mee kan trappen. Hij vindt het uiteraard gelijk fantastisch, hoewel hij natuurlijk wel weer even nodig heeft om Miaow te leren kennen en te vertrouwen.
We stappen op de fiets en gelijk begint Miaow met het vertellen van allerlei interessante dingen. Over hoe Sukothai de eerste hoofdstad van Thailand was onder de toenmalige koning in de 12e eeuw, maar door de groei van de macht van omringende steden en Ayutthaya teruggeworpen werd tot de status van voorheen. Wat overbleef zijn ruïnes van ruim 70 km2 aan stad. Niet verbrand en vernietigd, zoals in Ayutthaya - zoals ik eerder beschreef -, maar gewoon verlaten. Met uiteraard roofpartijen tot gevolg nadat de hoofdstad steeds verder naar het water verplaatste wegens de handel (en Bangkok de hoofdstad werd) waarbij boeddha's getransporteerd werden naar het zuiden.
De velden
Omdat het in de ochtend nog wat minder warm is rijden we door de prachtige rijst-, tapioca- en pepervelden en langs teakhoutbomen, waarbij we uiteraard een blad verpulveren dat vervolgens volledig rood kleurt in Sams hand. Miaow doet echt alles om Sam bij deze tour te betrekken en binnen no time wil hij alleen nog maar haar hand vast houden. Fantastisch.
Een stukje boeddhisme
Bij de eerste tempel die we bezoeken legt Miaow ons uit dat deze tempel de vier fases van de leer van boeddha symboliseren: zitten, staan, lopen of liggen: elk naar een andere windrichting. En elke houding symboliseert een actie. Zo is zittend het meest voorkomend en staat voor concentratie, staand betekent vastberadenheid en kalmte, lopend komt minder voor maar is gerelateerd op aandacht en waarneming en liggend kan 2 dingen betekenen: met hoofd omhoog is relaxen, met hoofd liggend en ogen dicht is zijn sterfbed, op weg naar perfecte stilte: Nirvana). Geen van de boedha’s is volledig intact, maar we kunnen wel zien waar de beelden gestaan hebben.
We rijden omhoog naar een waterdam: het indrukwekkende irrigatiesysteem van Sukothai wat bestond uit een complex netwerk van kanalen, dammen en reservoirs die werden gebruikt om water te beheren en verdelen.
Miaow is intussen lekker aan het kletsen en vertelt van alles over haar familie en haar dochter. Ze heeft een dochter van 14 die lerares wil worden. Daar komen is niet gemakkelijk voor een gemiddelde Thaise, ze zal moeten proberen binnen te komen op een van de gerenommeerde Bangkok universiteiten en niet elke universiteit of studie staat garant voor ook een baan vervolgens. Ze is echter super gemotiveerd. Miaow is getrouwd en runt dit fietsbedrijfje met haar man. Ze houden het bewust klein en investeren steeds kleine bedragen om goede fietsen aan te schaffen en willen gaan voor kwaliteit van fietsen en goede tours. Het bedrijf zou best kunnen groeien, maar ze neemt liever geen risico’s en daarnaast wil ze vooral gewoon doen wat ze leuk vind: tours organiseren. Inmiddels doet ze dit alweer 20 jaar!
Wel leuk is dat we even later ook haar man ontmoeten die met een andere groep op pad is.
Terwijl we verder door het buitengebied fietsen vragen wij honderduit over van alles en nog wat, want wij zijn reuze benieuwd hoe ze hier gekomen is waar ze nu is en hoe ze bijvoorbeeld woont. Ze vertelt ons dat ze haar man ontmoet heeft in een moeilijke periode. Haar moeder was alleenstaand en kon niet voor haar studie betalen. Maar Miaow was volhardend en wilde studeren. En dus studeerde ze overdag terwijl ze in de avond tot 0:00 werkte in de bediening, om op die manier haar studie bij elkaar te sparen. In die periode kruiste haar pad met haar man en de rest is geschiedenis.
In Thailand is het heel gebruikelijk om op het familielandgoed te blijven wonen en dus woont zij met 3 generaties bij haar moeder die dementerend is en dus verzorging nodig heeft. Elke familie in deze omgeving heeft zijn eigen stukje grond met huis en land, waarop de basisvoeding voor de familie wordt veiliggesteld. Ze kunnen dus in de basis daarvan voor zichzelf zorgen, maar een comfortabel leven creëren ze door hun familiebedrijfje. Helaas komen veel mensen niet naar Sukothai, maar gaan vanuit Bangkok alleen naar het met een dagtripje te bezoeken Ayutthaya, waardoor Sukothai in toerisme ver achterblijft. Dat vinden wij heerlijk, want we kunnen hier zonder problemen foto’s maken en worden niet onder de voet gelopen, maar ze zouden hier in de omgeving best meer toeristen willen verwelkomen. Echter, zoals Miaow mooi zegt: toerisme ontwikkelt zich langzaam, het komt wel. En ze proberen iedereen er bij te betrekken,zodat er zoveel mogelijk mensen baat bij hebben. En doordat ze goede reviews krijgen zitten ze behoorlijk vol.
We maken een paar mooie stops bij prachtige tempels buiten het historische centrum, waarvan de Wat Si Chum erg mooi in een ooit overdekte tempel ligt. Een prachtig witte boeddha kijkt op ons neer en we vragen of dit oorspronkelijk een gouden boedha was, gezien de vingernagels. De inscripties wijzen op een witte boeddha, maar mensen willen boeddha graag bedanken voor hun geluk en brengen dan bladgoud aan op bijzondere plekken en dat wordt dan ook gedoogd. Weer wat geleerd.
De historische stad
Verderop rijden we het oude stadscentrum binnen, waar het ook verdacht rustig is, de meeste toeristen komen in de ochtend horen we. We bezoeken een aantal mooie tempels, waaronder Wat Maha That, wat de oorsprong, het centrum van de relieken van boeddha betekent. De belangrijkste en eerste tempel als het ware. Er zijn nog veel boeddha’s te zien en ook dat is een groot verschil met Ayutthaya, waar de meeste boeddha’s zijn verdwenen of onthoofd. Sam laat zich door de tempel leiden door Miaow die steeds links rechts of rechtdoor noemt, waarna hij afslaat. Het is weer een heerlijk spelletje waar hij zich even mee vermaakt. En na deze tempel volgen nog Wat Sa Sri, waar we een lopende boeddha aantreffen en Wat Si Sawai, een hindoe-tempel, waar we de herkenbare drie tempels van Brahma, Vishnu en Shiva herkennen (even de India-kennis ophalen).
Gevolgen van COVID
Vervolgens lunchen we bij Grandma’s Sert’s Kitchen, een compleet lokaal tentje met heel authentieke gerechten. Het heeft vier tafeltjes onder een overkapping en Miaow vertelt dat deze mensen voor COVID echt naast de Historical parc een plekje gehuurd hadden en een restaurantje uitbaatten. Maar zoals zoveel hier, kwam toen COVID. En alles stortte in. De toeristen kwamen niet meer. Een land wat als tweede inkomstenbron toerisme heeft, daar heeft een groot deel van de bevolking dan ook geen inkomen meer. Ze konden het plekje niet meer betalen, zijn moeten vertrekken en runnen dit restaurantje nu naast hun eigen woon- en slaapkamer. Eigenlijk in de voortuin.
….en wij moesten alleen maar binnen blijven….
(zonder iemand te willen beledigen die het financieel zwaar heeft gehad natuurlijk, maar de meesten van ons...)
In Vietnam ervoeren we 3 jaar geleden ook al wat COVID gedaan heeft met de economie van het land en ook Miaow vertelt ons dat het niet meer helemaal teruggekeerd is, 1/3 van de toeristen is weggebleven en het BBP is dus ook minder hoog dan het ooit was.
Daarom proberen ze elkaar hier van de lokale community een beetje te helpen. Om lokale bedrijfjes een kans te geven. En terecht, want het eten is echt werkelijk heerlijk! Eten kun je hier niet beter doen dan gewoon lokaal eigenlijk.
Na de lunch bezoeken we nog Wat Chẳng Lom, een tempel ondersteund door olifanten, voor het rond 15:00 tijd is afscheid te nemen van Miaow.
Relaxtijd
Wat een fantastische toer was dit. Bijna 25 kilometer in de beentjes vandaag, die pakken ze ons niet meer af. Konden we haar maar heel de reis mee nemen! Sam heeft hetzelfde gevoel, want ze krijgt nog een hele dikke knuffel, waarna we lekker even het zweet laten opdrogen in de airco (want potver, volgens mij ben ik wel een liter of 2 verloren) en ik doezel even kort weg op bed voor ik met Sam het zwembad induik voor een welverdiend afkoelpartijtje.
Bliksem en donder
Daarna kickt de vermoeidheid en de honger even in als we op zoek moeten naar een restaurantje voor avondeten, maar gelukkig hebben we Miaow vanmiddag om tips gevraagd en kunnen we verderop in de straat, terwijl we genieten van een mooi staaltje bliksem, donder en inslag, ook een lekker dinertje weg happen. Sam is helemaal gefascineerd van alle flitsen en kan niet stoppen met kijken. Ik denk dat het de eerste keer is dat hij dat zo levendig ervaart. Prachtig hoe hij elke dag meer van het leven mee krijgt en zo gefascineerd kan zijn door zoiets moois, ik herinner me dat ik dat als kind ook heel interessant vond.
De terugweg lopen we in de regen, met Sam op papa’s nek. Maar regen, ach, dat is hier om lekker af te koelen. Laat maar lekker gaan! Genoten hier in Sukothai!