En door naar het het volgende deel van onze toffe Thailand-reis! In het kader: de reis is belangrijker dan het doel reizen we de komende dagen via verschillende kleinere plekjes verder naar het noorden. Met meer dan genoeg mooie plekjes en ervaringen gelukkig. En vooral heel veel lokale plekjes, maar zeg maar écht lokaal! En daarvoor moet je soms over de drempel. En soms gaan er dingen ook mis uiteraard, zoals het ons betaamt. Gelukkig komt het altijd goed!
We besluiten woensdagochtend lekker uit te slapen. Het is al dagen achter elkaar vroeg opstaan en van Sukothai naar Lampang blijkt het maar krap drie uurtjes rijden te zijn en dus slapen we lekker uit. Dat doet ons alle drie erg goed, want we komen fris als hoentjes aan het ontbijt en dat is voor iedereen erg fijn. Sam raakt gefascineerd door de tv in de ontbijtzaal die non-stop voedsel-prepareer-video’s laat zien en eerlijk gezegd zuig ik me ook wel aan die appetijtelijke filmpjes vast.
We verlaten het hotel rond half 10 en rijden nog even heerlijk door de oude historische stad voor we de ‘grotere’ weg op gaan. Of nou ja, grotere, eigenlijk is het gewoon 1 baan door een hobbelig tropisch regenwoud. Het is serieus echt een hele mooie route. Wauw! De uitdaging is alleen: we kunnen nog 87 km met onze tank en voorlopig lijkt het er niet naar uit te zien dat we een tankstation tegen gaan komen. Als we dus ineens 10 kilometer later een lokaal stationnetje, aftands zanderig en wel tegenkomen besluiten we snel toch maar te tanken, voor we straks zonder komen te zitten. De (voor de verandering niet vrolijke) Thaise dame vraagt niets maar pakt de rode slang en met ‘full’ maakt Bas duidelijk dat hij vol mag. Het ziet er anders uit dan die brandstof van de vorige keer, maar de volgende kilometers gaan zonder problemen, dus ik denk dat ze wist wat ze deed haha.
De reis verloopt verder niet heel boeiend, behalve dat Sam twee keer roept dat hij moet plassen en vervolgens als we hals over kop ergens gestopt zijn, precies niet voor een woonerf, niet hoeft te plassen omdat het een grapje was…. Niet het type grapje wat wij erg leuk vinden…. Zeker niet als we de tweede keer zeggen: ‘Sam, moet je echt, want mama en papa weten niet of ze jou nu nog moeten geloven’. Het halve uur er op verloopt in stilte, buiten mijn ‘Nummers-die-je-leuk-vind-playlist’ van Spotify. We komen nog wat wegwerkzaamheden tegen, waar geen bordjes bij staan en de weg ineens eenrichtingsverkeer is geworden, maar tja, dat is gewoon een kwestie van even aanpassen en dan ben je daar ook weer doorheen. Het regent intussen behoorlijk en we zien verschillende ambulances voorbij razen en op een gegeven moment treffen we zelfs een auto die volledig van de weg beneden in de sloot ligt en de brandweer die hem er uit probeert te trekken. Glad op de weg? Gelukkig komen wij zonder kleerscheuren rond 12:45 aan in ‘Lampang river lodge’, waauw weer een zeeeer nice plekje. Mooi watertje, schattige huisjes. Jullie weten het he, ik ben gelijk fan. We moeten even een half uurtje wachten tot onze kamer klaar is en dus lopen we een rondje langs alle schattige huisjes en het water. Even later checken we het huisje, wat echt net een jungle lodge is. Super gaaf! Helemaal van hout, op paaltjes gezet en een klamboe om de muggen van je af te houden.
Parkeren in Lampang
We besluiten naar Lampang te rijden om daar een traditionele tocht op paardenkar te doen, een aantal tempels te bezoeken en dan lekker op de night market te eten.
We rijden met de auto naar het centrum, maar tja hoe gaan we dat doen met parkeren? Dat mag hier overal toch? We hebben nog niet echt iets van parkeermeters of -mensjes gezien ofzo, dus we denken dat dat gewoon mag. Maar we zijn er niet echt zeker op, dus langs de weg parkeren doen we maar even niet. We rijden een paar rondjes door het centrum en eerlijk gezegd zijn we een beetje aan het dralen met zijn tweeen. We weten gewoon even niet zo goed hoe het werkt, het is best wel druk hier ook en kunnen we gewoon recht voor een winkel parkeren ofzo? Daar worden we een beetje onzeker van. Sam tettert er op de achterbank ook lekker doorheen, dat helpt niet echt bij het nadenken zal ik maar zeggen. Nog een keer de straatjes door zien we een schuine plek waarvan je echt zou kunnen zeggen: dit MOET een parkeerplek zijn. En wij rijden er dus in, maar ja dan zien we een bordje met alleen Thais er op staan met daarop iets van 6- 20. En dus allebei als een malle proberen dat plaatje in chatgpt (die werkt dus niet in Azië), Gemini (gaat ineens in Thais), Deepseek (niet op tijd gedownload) en uiteindelijk gewoon met Google Translate iets zien dat het met de gemeente en betaald iets is. We nemen het risico dus toch maar niet (ook zo lullig als je huurauto wordt weggesleept en je daar weer achteraan moet) en rijden een straatje om om de auto voor het museum te zetten. Daar staan immers ook wat paardenkarren (overigens maar 4, dat vinden we wel weinig voor iets wat DE trekpleister van Lampang is), maar dat moesten we écht doen zei Miaow gisteren. Dus wellicht staan ze ook ergens anders?
We stappen uit, worden gelijk aangesproken voor een paardenmiddel natuurlijk, maar wij willen eerst nog een klein rondje doen door de stad en dus gaan we richting night/street market. Daar is nog niet veel te beleven op dit moment van de dag en dus lopen we een rondje door de stad, die overigens echt lokaal is. Lampang is naar het schijnt een stad waar de Thai graag op vakantie gaan. Niet toeristisch, gewoon heel rustig, alleen Thaise mensen. En zeker op woensdag, daarover later meer. Dat heeft zeker zijn charme, want wij houden wel van gewoon lokale dingetjes. Genoeg sieradenwinkeltjes hier trouwens en we schaffen even een nieuw kettinkje aan voor Sams dogtag, want die werd wat bruin van de zuurstof.
Lokale markt
En dan spotten we een lokale markt. Maar zeg maar ECHT een lokale markt. Geen toerist te vinden, ja wij nu dan natuurlijk, maar er wordt gewoon lekker gehandeld door de lokale mensen en er is echt van alles te koop: hele bossen koriander, groentes, pepers, kruiden, bamboe, vissen, versgebakken koekjes, levende schildpadden, kokosnoten, mangoesteen, lamboetan, dragon fruit. Sam is trouwens afgehaakt bij de schildpadden, die vindt hij buitengewoon fascinerend. Heerlijk om weer over zo'n marktje te lopen! En zoveel onbekende dingen waarvan we niet weten wat het is. We happen een wel bekend lekker versgebakken worstje aan een stokje weg van een kraampje ernaast voor we verder lopen. Ook hier probeert eenieder weer Sams aandacht te vangen, maar die kijkt snel weg als iemand lief naar hem probeert te zwaaien.
Hij blijft al die aandacht toch een beetje overweldigend vinden.
Paardenkar.
Tja, de paardenkar. Ik ben zelf niet zo’n dierenliefhebber, zoals menigeen wel weet en met paarden heb ik ook een beetje een haat-liefde-verhouding (vraag me maar eens naar het verhaal dat ik mocht 'uitstappen' tijdens Carmens paardrijles). Echter, dit is echt DE activiteit om hier te doen en buiten dat vindt Sam het leuk... en dus gaan we maar eens een citytour in een kar doen. We mogen instappen bij een man wiens gebit zo vreselijk slecht is dat ik me afvraag hoe hij überhaupt nog vast voedsel naar binnen krijgt, met nog 1 voortand en een paar kiezen en volledig ontstoken tandvlees, waarvan de voortand aan de achterzijde ook al deels weggerot is. Echter, hij moet onze koets gaan besturen, niet ons gebit behandelen, dus geen probleem. Hij glimlacht wel supervriendelijk, spreekt geen woord Engels en dus zijn we even aangewezen op onze eigen encyclopedie voor meer informatie. Sam is helemaal gefascineerd door het zweepje wat de man af en toe hanteert en Bas en ik uitleggen als het aansporen van het paard, als hij niet wil luisteren. Er wordt overigens verder wel prima voor de paarden gezorgd, ze krijgen zelfs oordoppen in, zodat ze geen last hebben van het verkeer. We rijden langs de Wat Phra Chedi Sao Lang, waar ook een monnikenschool gevestigd is en zien ook daar weer (nadat Miaow dat ons gisteren vertelde tijdens de fietstocht) een buddha-tree. Zij vertelde dat elke tempel een boeddha-tree heeft, een boom met hartvormige blaadjes. De boom representeert het leven: het zaadje komt van de oorspronkelijke boeddhaboom die boeddha geplant heeft, is gegroeid en ontwikkeld is. En iedereen ontwikkelt zich anders, net als de boom. En het skelet van het blad vergaat weer en keert terug naar de aarde, net als in het leven.
We rijden verder en rijden naar een plekje waar onze paardenbestuurder druk wijst dat we mogen uitstappen, maar wij zien niet goed waar we zijn. Het lijkt niet echt een bijzondere plaats, maar blijkt het huis te zijn van een man die de export van het teak-hout, waardoor Lampang deels groot geworden is, heeft gefaciliteerd. We doen een snel rondje, lezen het enige Engelse bordje dat te zien is en gaan als we denken beleefd lang genoeg rondgelopen te hebben, verder met de man mee naar de serieus mooie witte Chiangrai tempel. Wauw, die vinden we wel erg mooi. Wit met ingelegde zilveren mozaïekjes en binnen een prachtige boeddha en alles helemaal mooi afgewerkt. Het blijft prachtig, zo’n tempel, al hebben we er al behoorlijk wat gezien deze vakantie: het blijft gewoon heel mooi hoe de mensen hier zo ontzettend veel met het boeddhisme bezig zijn op zo’n positieve fijne manier. En de mensen omarmen het ook echt allemaal, dat maakt het ook mooi. Zo’n mooie grondgedachte die ook lijkt te werken voor de mensen hier. De paardenrit zit er op en we evalueren hem even samen. Zonder Sam zouden we zo’n ritje nooit gedaan hebben, te toeristisch, niet echt iets voor ons. Door de overkapping op het stoelwerk zie je ook nier per se veel van de omgeving en op zich hadden we de tempels zelf ook kunnen bezoeken, echter: Sam vond het fantastisch. En soms is de conclusie dan gewoon: dan was het het gewoon waard, want deze vakantie hoeft niet alleen voor papa en mama leuk te zijn, maar moet ook voor Sam leuk zijn. En dit soort dingen, daar gaat hij ontzettend van aan. En dus was het het waard. 😁
The street market?
Intussen is het bijna etenstijd (lees: honger) en we willen wat eten op de streetfood market die bij Tripadvisor hoog aangeschreven staat; de 'Kad Kong Ta Street Market'. Eerst even langs de 7 Eleven voor wat drinken vanavond en langs de apotheek voor wat afterbite (worden hier lekgestoken inmiddels ☺️) en nemen gelijk een ‘Alternatieve Thaise anti-muggenspul’ mee. Ze hebben hier immers meer ervaring met muggen dan wij en weten ze dus waarschijnlijk ook beter te bestrijden.
We lopen dezelfde straat in als vanmiddag en daar: gebeurt precies helemaal niets. Gewoon een lege straat die volgens mij ontzettend gezellig zou kunnen zijn als er een streetfood market is, maar nu een doodnormale stille straat met huisjes is waar echt geen etens/ dan wel drinktentjes te vinden zijn…. Maar gewoon niet zeg maar. Ook niet een beetje. We zoeken wat af op internet, zitten we verkeerd? Is het op een andere tijd? Maar eigenlijk kunnen we niet veel vinden, want Google zegt ook gewoon 24/7 open. Google heeft dus niet altijd gelijk, want hier is echt geen marktje. Uiteindelijk vind ik ergens op een lokale site, als we al een beetje kribbig beginnen te worden van de honger dat de markt vooral op zaterdag en zondag is en op de alternatieve locatie op vrijdag. Tja en het is vandaag...? Woensdag! Niet alles kan gaan zoals gepland natuurlijk en we gaan nog night markets genoeg zien. Als je het niet toeristisch wilt kun je het lokaal krijgen. Een beetje gefrustreerd vanwege de vermoeidheid en honger zijn we wel en dus overwegen we naar het hotel te gaan om daar te eten of bij een stalletje iets verderop te kijken of er iets is. Maar de kans dat Sam dat lust is niet zo groot en we willen toch graag dat ie een klein beetje eet.
Net als we naar de auto terug willen lopen, komen we een klein restaurantje tegen wat tot 19:00 open is: 'Pangsuree Art Home Cafe' waar ze ook wat lekkere gerechten serveren. Net op tijd, want het is 18:15. Daar eten we heerlijke cocos-curry (klein beetje teleurgesteld, want op het plaatje was het geserveerd in een kokosnoot en daarvoor had ik het deels gekozen natuurlijk 😉, maar het kwam in een schaaltje) en gebakken garnalen in tapioca-saus en frietjes, voor we naar het hotel terug rijden.
Daar is Sam echt heeelemaal excited over de klamboe. Man, hij raakt er niet over uitgepraat, wil er wel honderd keer in en uit, voelen, kijken. En dan gaat hij, vertrouwd als hij alweer is, óns uitleggen hoe het werkt (dat wij hem dat net uitgelegd hebben laten we even buiten beschouwing). Niet veel later is hij in diepe diepe slaap, want stiekem was het weer een lange dag voor meneer.
Wij duiken nog even het terras op met onze nieuwe Thaise muggen shit. Nou geloof me: binnen 5 minuten heb ik het ijskoud van dat spul; een soort Vicks all over your body. Je kunt niet meer ademen of juist alleen maar omdat alle luchtwegen geactiveerd worden. Maar dat is zo heftig dat het je de adem beneemt. En vervolgens barstende koppijn allebei. Zelfs de muggen blijven ervan weg...
Op naar morgen!
Donderdag 17/7
Nadat we gisteravond nog een kort toertje over het super mooie houten huisjes-park gedaan hebben, waar grondig gerenoveerd wordt, hebben we een ook een mooie houten touwbrug gevonden waarachter het ontbijt gefasciliteerd wordt, inclusief prachtige super grote spin, die natuurlijk op de foto moest. Het was een ware ontdekkingstocht en wat een prachtig lodge hotel is dit.
Die nacht heb ik helaas barstende koppijn. Maar echt vreselijk vervelend. Ik denk dat het komt omdat we veel te weinig gedronken hebben gisteren, of het komt van de heftige nieuwe DEET. En dus neem ik 2 paracetamol in, drink een halve liter en gebruik maar gewoon even de Nederlandse DEET. Sam mag ons vanmorgen met het kaartje naar het ontbijt aan de rivier navigeren. Hij kiest zelf niet voor de wiebelige touwbrug, maar de stevige houten brug ernaast. We happen weer een prima ontbijtje weg, bijna overleef ik het niet omdat ik een groene peper over het hoofd zie in de kokosnootsoep en daar vol op bijt… woops! De rest van het ontbijt proef ik nog maar half, waarna we weer inpakken en er met wat miezer vandoor rijden. Sam is zoals bijna elk deel van de autorit geobsedeerd door de U-bochten en dus gaat het elk oranje U-bordje: ‘hee kijk mama, daar mag je een u-bocht maken’ en als er een rood bordje met een U met een zwarte streep erdoor ‘Kijk mama, daar mag je geen U-bocht maken’. Heerlijk dat ie het snapt natuurlijk, maar ik snap het na 50x per uur ook wel haha.
Thai Elephant Conservation Centre
Onze eerste stop van vandaag leidt ons naar het Olifantenconservatiecentrum een half uurtje verderop. Er zit een olifantenziekenhuis bij en aangezien het een van de hoogtepunten van de omgeving is en Sam dit vast ook leuk vindt, gaan we die kant uit. We zitten precies buiten het seizoen en parkeren de auto op een volledig uitgestorven parkeerplaats. Ook in de winkeltjes is weinig beweging op te merken. Bij de ticket booth gaat een niet-Engels sprekende man snel op zoek naar een Engelssprekende dame om ons te vertellen welke tickets we nodig hebben. Voor we het weten zitten we in een soort Lissabon-alike trammetje, geen idee waar we heen gaan of wat we gaan zien, maar we gaan in ieder geval een stukje rijden en zien wel waar we uit komen. Even verderop worden we het karretje uitgedirigeerd door de vriendelijke chauffeur naar wat het ‘Elephant terrace’ blijkt te zijn. Daar staan verschillende olifanten en we blijven voorzichtig staan, omdat er nadrukkelijk benoemd wordt dat je alleen dichtbij mag komen met een gids erbij. De vriendelijke gids geeft wat hele banaantjes aan de olifanten en Sam mag ook! Eerst durft hij niet, maar met papa samen en uiteindelijk voert Sam ook alleen de olifanten. Hij heeft er zelfs dolle pret in. Als ie dan eenmaal vertrouwen gewonnen heeft.... We lopen door en nu heeft hij de smaak te pakken hoor. We kopen een mandje met bamboe, mais, banaantjes en we gaan de verschillende olifanten langs die alles met gemak en liefde wegwerken, die overigens wel met hun voet vast staan met een touw. En dat geeft ons toch een beetje gemengde gevoelens. Is dat nu echt omdat wij met onze Westerse blik hiernaar kijken dat dat niet lekker voelt of is het gewoon om onze veiligheid te waarborgen, omdat het toch gewoon heel serieus sterke dieren zijn. Het scheelt ook per olifant en degenen die we mochten voeren stonden wel los, zouden die 'tam' genoeg zijn om los te staan? We weten het niet helemaal, maar feit is wel dat de verzorgers heel lief zijn voor de olifanten, in ieder geval voor wat wij zien. Even later vindt er een show plaats, waar we onterecht huiverig voor zijn. Geen gekke trucjes met ballen of wat dan ook, maar gewoon dingen die een demonstratie van wat de olifanten in het verleden allemaal deden, zoals het trekken van bielzen en achter elkaar aan lopen. Het valt ons alleszins mee! En uiteraard kun je bedenken: moet je een olifant verplichten dat te doen, maar dit Conservation centre wordt onderhouden door de funding van toeristen, dus ik snap waar de gedachte vandaan komt. We hobbelen nog wat rond, Sam geeft nog wat bamboe en banaantjes weg, de olifant aanraken durft hij niet en even we zijn een beetje zoekende hoe we terugkomen naar het hoofdgebouw. Moeten we echt lopen langs die grote weg? Gelukkig komt onze held, de trambestuurder er net weer aan en mogen we weer mee. Blijkbaar niet verder maar al terug naar de ingang. Ok! Terug bij het hoofdgebouw nemen we de auto mee en rijden dan zelf nog maar even langs het hospitaal.
Elephant hospitaal
En er zijn dus twee hospitalen, 1 van het conservation centre, maar wij zijn naar de andere gereden, die naast het centre zit. En overduidelijk is dat hier zelden toeristen komen, zeker niet in het rustige seizoen nu. We parkeren de auto op een lege parkeerplaats en lopen wat verloren rond op zoek naar iets van een uitleg of richting van wat we kunnen doen. Het duurt echter even voor we opgemerkt worden door een aanwezige verzorger die ons serieus heel lief te woord probeert te staan, maar echt geen woord Engels spreekt. Ik probeer het met de Translator, maar even later denken we te ontdekken dat de beste man niet kan lezen. Hij loopt echter een rondje met ons langs de door onder andere landmijnen gewond geraakte olifanten, die dit hospitaal verzorgt en waar ze protheses voor maken. Het is serieus echt mooi hoe ze voor die dieren zorgen en met handen en voeten komen we best een eind met deze man. Plus hij doet echt zijn best om met gebaren het verhaal duidelijk te maken. Na een rondje over het terrein doen we wat in de donatiebox en kopen een souveniertje om het hospitaal, wat volledig rust op donaties, te sponsoren. We zijn blij dat we hier zijn, ondanks het ongemak over het ontbreken van communicatie, waardoor het lastig is om vragen te stellen, überhaupt te communiceren. Maar het was mooi om er gewoon even te zijn en we rijden richting Phrae, onze volgende bestemming. Sam slaapt intussen een uurtje voor wat extra energie.
Wat Prathat Cho Hae
Sam wordt net voordat we bij de belangrijkste tempel van Phrae aankomen wakker. Je zou misschien denken: heb je inmiddels nog niet genoeg tempels voor je leven gezien Ine, maar nee: ik moet zeggen: elke boeddhistische tempel is weer compleet anders en de serene rust die er heerst vind ik echt daadwerkelijk heel vredig. Ik ben er graag.
We lopen de flinke trap op naar boven, ik bedek mijn schouders en benen en trek alvast mijn schoenen en sokken uit. Sam snapt het concept tempel inmiddels ook heel goed en begint automatisch te fluisteren binnen de muren van de tempel hihi. En wat een prachtige tempel ook weer. In de verte horen we al dat er een ‘dienst’ of hoe dat ook heet, bezig is en in de tempel treffen we zeker 100-200 monniken die met het gebed mee doen. Wauw, indrukwekkend. We blijven even buiten om ze niet te storen in hun gebed en nadat de dienst is afgelopen zien we monniken van allerlei leeftijden naar buiten lopen, allemaal vriendelijk naar ons glimlachend. Een monnik spreekt ons vriendelijk aan en vraagt waar we vandaan komen. We hebben even een fijn gesprekje, waarna hij ons bedankt voor ons bezoek en heel erg veel geluk wenst. maar echt zeg maar, niet vanuit een moetje, maar je ziet gewoon dat hij vanuit zijn hart dankbaar is voor onze komst.
Misschien is dat ook wel wat me in het boeddhisme zo aantrekt, het lijkt niet of deze mensen hier moeten zijn, of dat ze verplicht zijn om naar deze tempel te komen of dat ze willen dat je bij hun geloof komt, maar ze zijn gewoon dankbaar dat je er op dat moment bent, even respect en aandacht toont voor hun geloof, wat je religie ook is. Ze hoeven je niet te overtuigen om hierbij te willen horen. We zien hoe na een dienst alles weer in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht en Sam geniet op mijn schoot nog even van de mooie tempel, waarna we naar beneden terug afdalen en in de auto stappen. Wauw, mooie ervaring. Heel lokaal ook weer.
Tie Dye?
We gaan richting Ban Thung Hong, althans, zo heet het volgens mijn bron, Tripadvisor, want Phrae staat bekend om zijn tie-dye, of ook wel batikken, zoals wij het ook wel kennen. En daar is blijkbaar een lokaal fabriekje waar je kunt zien hoe dat in zijn werk gaat en ik word nou eenmaal gewoon heel erg blij van dat soort dingen: fabriekjes of plekjes waar je kunt zien hoe iets gemaakt wordt. We gaan van de grote weg af en de straatjes waar we in rijden worden steeds kleiner, tot we op een punt komen dat we er volgens Google zouden moeten zijn. Tja, maar Google kan zoveel zeggen, maar serieus, hier staat alleen een houten huis met een betonnen muur er omheen, waar een klein straatje langs loopt en met t-splitsing verder loopt, maar echt geen fabriekje of niets, zelfs geen achtertuin met batiks.
We draaien de auto zo goed en zo kwaad als het gaat in dat smalle straatje en ik stap even uit om toch nog even goed te kijken, maar behalve een man die gitaar speelt binnen (klinkt wel lekker) lijkt niets er op dat hier een fabriekje is. Ik stap weer in, we moeten twee keer achteruit steken, omdat er een vrachtwagentje langs het weggetje moet waar we zonder twijfel NOOIT met twee auto's tegelijk langs elkaar kunnen en gaan een beetje teleurgesteld verder. Ik ben echter niet voor een gat te vangen en voordat we naar het hotel gaan zie ik nog ergens op Google maps 'Auntie Ngiem Indigo Dyeing Learning Centre'. Let's give it a shot. We rijden die kant op, parkeren de auto langs de kant van een grote centrale weg en zien…. tja eigenlijk niets… maar wel een blauw soort van verkeersbord met witte Thaise letters en een pijl er onder. Precies op de plek waar Google maps zegt dat… kunnen we serieus gewoon deze property oplopen? We lopen door een garage en komen in een soort van overkapte familie-opslagplaats, potver wat voelen we ons ongemakkelijk. Al zeker 5 x gedacht dat we misschien gewoon moeten omdraaien.
Maar dan ineens zien we een man, die geen Engels spreekt, maar wel wijst, ah daar staat weer een pijl. We lopen een soort tuin in waar drie naaisters bezig zijn en ook die wijzen weer verder naar links. We gaan paadje voor paadje langs allerlei delen van het huis en de patio en komen dan aan bij een grasveldje met achterin wat ijzeren golfplaten als overkapping en daar, ja daar, zijn een aantal mensen aan het werk. Nog steeds voelen we ons niet op onze plaats en even lijken de mensen zich ook af te vragen wat wij hier doen…. tja dat vragen wij ons ook een beetje af met onze gedurfde actie. We zien echter batik-dingen hangen, dus dan komt het vast goed. We lopen een beetje te dartelen en zien wat witte kleding, maar ook die klaar is.
Er is 1 mevrouw die wat Engels spreekt en ons duidelijk kan maken: make or buy. Ohhh? Kunnen we ook maken dan?! En ik word gelijk enthousiast he!! Dit vind ik leuk! Mogen we echt zelf iets maken? Super tof! Bij scouting vond ik dat vroeger ook de leukste activiteit van zomerkamp: t-shirts-batikken. We mogen uit het rek wat witte kleding zoeken, voor Sam wordt dat een t-shirt, voor mij een witte wijde rok en dan mogen we een patroon uitzoeken uit een grote map met voorbeelden.
Maar echt serieus: kunnen we dat echt namaken????! Vet!!
De beste mevrouw legt ons, nadat we een patroon hebben uitgekozen, uit hoe we dat kunnen bewerkstelligen en terwijl Bas Sam helpt met zijn grote soort van 'bloem' ga ik voorzichtig aan de slag met mijn rok met patroontjes en bloemetjes. Nadat we alle touwtjes en ijsstokjes en elastiekjes op de juiste plek geplaatst hebben (is nog een best ingenieus werkje) mogen we een schort aantrekken en ons eigen shirt in de verf dopen. Nouuuuu maak me loosssss, ik ben helemaal fan van deze plek. Wat super leuk, mogen we gewoon zelf doen. Kicke! En de mensen helpen ons ook zo ontzettend lief. Alles gebeurt overigens met handgebaren, want Engels gaat echt maar met kleine woordjes. Echter, met die gebaren kom je een heel eind. Sam doopt zijn t-shirt in twee verschillende badjes, eerst de ene kant, dan de andere kant en na het uitwringen wordt hij gespoeld, gefixeerd, gecentrifugeerd en zelfs gestreken. Ik mag datzelfde proces doorlopen met de enorme handschoenen in de verf waar je echt niet te lang boven wilt hangen en enorm voorzichtig moet zijn met je kleren en daarna hebben we ons shirt en rok. Waaauw, echt super mooi geworden. Ik ben echt helemaal fan en serieus gewoon een rok die ik ook naar school aan kan. Kicken! Echt heel leuk. We nemen nog wat kleinigheidjes mee voor onszelf en Sam, geven wat extra fooi en bedanken de familieleden allen hartelijk voor een geweldige middag. Wat een toffe plek zeg!! En wat een overwinning dan ook als je zo ontzettend twijfelachtig en onzeker dan zo'n tuin binnenloopt en uiteindelijk zo'n toffe lokale beleving hebt! I love it!!
Dinertime!
We rijden naar het hotel, worden daar geupgrade naar een suite, waardoor we nu een woonkamer, keuken en slaapkamer hebben en gaan op pad voor iets te eten. Ik had me ook hier weer laten leiden door Tripadvisor en vond een restaurantje met perfecte reviews: 'Hom 2493', maar na een krappe kilometer lopen door een paar straten waar je ze zichtbaar ziet denken: wat moeten die toeristen hier, en wij denken dat eigenlijk ook een beetje, bestaat het restaurantje niet meer OF is het gesloten, maar wij vinden het in ieder geval niet. En honger hebben we wel. En dat is geen goede combi en dus bestellen we in no-time voor 69 baht een Grab-taxi (ik moet zeggen: het werkt wel), die ons 1 minuut na bestellen brengt naar de straat aan het park waar we daarstraks doorheen reden op weg naar het hotel en streetfoodkarretjes zagen staan. Daar zijn we 3 minuten later, op zoek naar eten dan maar!
Maar je hebt zeg maar streetfoodmarkets en streetfoodmarkets. Jullie wilden lokaal? Nou dan gaan we lokaal! Want alles staat hier in het Thais op de borden en er staan geen plaatjes bij. Hoe gaan we hier iets bestellen wat we lusten. Na even twijfelen en mopperen omdat we allebei niet het initiatief willen nemen om een poging te doen te vragen wat ze allemaal hebben uit angst dat ze geen Engels spreken, lopen we toch maar even wat verder. Misschien hebben ze verderop wel plaatjes staan? Het duurt echter even voor we bij een kraampje komen met allerlei stokjes vlees en groente. En warempel: die gaan op de barbecue. En laten wij daar nou precies van houden! En dus bestellen we 10 stokjes voor boven de kooltjes en betalen daarvoor…. 94 baht: EUR 2,94 voor 2 kipsate, 1 inktvisstokje, 1 mosselstokje, 2 speklapstokjes, 3 broccolistokjes en 1 worststokje. Niet te doen, zo goedkoop. Maar ja, hier bestellen dan ook alleen de lokale Thaise mensen. Verderop sta ik even in de rij voor drinken, maar de betreffende man heeft het heel druk met twee bankmedewerkers en dus kom ik terecht bij een master-smoothiemaker verderop. Zit op zo'n karretje met een verhoging, allerlei lekkere combinaties. Kom maar door. We laten wat lekkers maken en smullen naast het tentje op de stoeprand lekker onze stokjes weg, maar dat mag niet van de lieve vrouw van de smoothiemaker en voor we het weten krijgen we van alle kanten stoelen aangeboden. Wij zaten prima, maar super lief natuurlijk. En zo zitten we met zijn drietjes op een stoel op de stoep lekker te smullen van de vers klaargemaakte hapjes en drankjes.
De vrouw van de smoothie-baas maakt ook noodles vers in een pannetje en dus allebei ook maar een portie van die noodles erbij. Heerlijk. Dan nog een toetje; een crepe met nutella voor Bas en Sam en voor mij met groene thee en amandelen (smaakt naar pistache). Bij elkaar een drie gangendiner voor in totaal 394 baht (EUR 10,46). Zo goedkoop hebben we het nog niet gehad.
Werkelijk heerlijk gegeten, zit hartstikke vol en super lokaal. Voldaan terug richting hotel. En ook hier weer hartstikke lokaal, geen toerist te bekennen. Het gekke is, je wilt dat het lokaal is, maar het stukje communicatie is gewoon gemakkelijker als het wat toeristischer is (met plaatjes of Engels), maar tegelijkertijd is dit dan weer een zoveel mooiere ervaring. Dat is dan ook het eeuwige dilemma. Ook vanavond weer weet je: beland je bij zo'n lokaal tentje op de stoep met een paar krukjes, heerlijk eten, vriendelijk glimlachen en een beetje handen-voetenwerk met de smootiemaker en zijn vrouw en we hebben serieus een prima avond. Maar ja daar moesten we dus wel even die drempel voor over, die drempel van: horen wij hier wel en komen we hier wel uit als we wat willen eten. Ja natuurlijk komen we er uit! Uiteindelijk snap je elkaar echt wel. En de echt bijzondere ervaringen, die heb je juist op dat soort momenten. Als je daar doorheen bent en denkt: wauw, dit hadden we niet meegemaakt als we niet door dat ongemak heen waren gegaan. Wat ben ik weer dankbaar voor deze dag met juist dat soort ervaringen. En nu terug naar onze suite!