De laatste dagen hebben we vertoefd in en om Pompeï, een heerlijk gezellige stad. We bezochten de archeologische opgravingen, die in 79 N.C. werd opgesloten in de tijd door uitbarsting van de vulkaan Vesuvius en in de 18e eeuw werd uitgegraven. Diezelfde vulkaan beklommen we ook. En we deden ook een totaal onverantwoord uitstapje naar Valle delle Ferriere, waar we ons een beetje voor schamen. Die Valle delle Ferriere hebben we trouwens dus door het helse avontuur niet eens gezien. Waarom niet; dat lees je hieronder.
Onderweg naar Pompei
Tijd om door te rijden naar het volgende plekje: Pompei. Daar vertrekken we zondagochtend rond een uur of 9 heen, voor een ruime 4 uur rijden. Die verlopen vooralsnog voorspoedig op de snelweg waar de route de komende 412 km overheen leidt. Bas rijdt lekker ontspannen, de Italianen blijven Italianen om ons heen en ik puzzel en haak wat af op de passagiersstoel. Sam luistert lekker muziek, het voelt als een prima ritje…
En dan ineens horen we een vreemd geluid. Ik hoor een vreemd geluid van buiten de auto komen en kijk naar links of Bas het ook gehoord heeft. Meestal ben ik degene die denkt: zal wel meevallen, maar dit geluid klinkt niet goed. Bas heeft hetzelfde opgemerkt. Het klinkt alsof de uitlaat over de grond sleept en we pakken de eerste afslag van de snelweg af om een parkeerplekje te zoeken. Die vinden we bij een nabijgelegen verlaten tankstation en we zetten de auto stil om er onder te kijken. We liggen allebei half onder de auto, maar zien niets aanlopen. Misschien is het al weg? Maar zodra we weer een stukje over het terrein rijden horen we het van binnen in de auto gelijk weer. Bas gaat een stukje rijden en ik sta buiten om te luisteren of je het buiten ook hoort.
Nou en of je het hoort… het is echt een fucking vreselijk geluid. Alsof er ijzer over ijzer heen schuift. Ik merk op dat ik het hoor aan de linker voorband, het lijkt heel lokaal daar te zijn. Ik schakel vriend chatgpt (of eigenlijk Claude voor de insiders) in die met wat suggesties komt. Bas rijdt weer een stukje en remt heel hard, misschien dat er iets tussen de remschijf zit. Ik herinner me nog een vakantie met mama in 2014 toen we als twee vrouwen reddeloos verloren leken door een steentje tussen de remschijf.
Een vriendelijke Italiaanse meneer, die net getankt heeft is zo vriendelijk om te vragen of hij ons kan helpen. Niet dat hij verstand heeft van auto’s zegt ie, maar hij wil ons ook niet laten staan. Bovendien is het zondag en hier betekent zondag nog steeds dat er geen bedrijf open is. En dus zijn we screwed…. We duiken allebei nog eens tussen de banden of we echt niets zien, maar echt niets vreemds. De auto geeft ook geen melding of niets…. Echt gek, maar het geluid is echt tenenkrommend, dus we moeten er wel iets mee. Bas baalt dat hij op het laatste moment toch besloten heeft geen krik te kopen en tevens de sleutel niet bij heeft om een band er af te schroeven. Ik ben zwaar onder de indruk, want beide dingen zou ik niet eens durven te proberen te doen met onze auto.
Ik ben al aan het bedenken hoe we hier een hotel gaan vinden om morgen dan naar de autogarage te gaan als Bas nog even gaat testen met rijden. Als ie iets harder rijdt hoor je het minder goed en bij achterruit rijden nauwelijks. Die suggesties geef ik aan Claude en dat is precies genoeg voor een suggestie dat er misschien iets tussen de remklauw zit, omdat je het bij vooruit rijden wel hoort en achteruit niet. En dan, ja dan, vrienden en vriendinnen, jongens en meisjes, vinden we daar, terwijl we half onder de auto liggen een kiezel van pak 'm beet een halve centimeter tussen de remklauw en de rem. Tering wat ben ik blij. Nu dat ding er nog uit krijgen. Er wordt een tool gezocht, er wordt een tool gevonden en binnen een paar keer wringen wordt het ding er uit gewipt. Yessss. Bij wijze van aandenken gaat het steentje mee in de auto en zijn we weer op weg. Blij dat we niet binnen een week 2x naar een autogarage hoeven.
Lunch
Tegen de tijd dat Sam voor de derde keer moet plassen onderweg stoppen we bij een Italiaans restaurant, waar blijkbaar de hele wereld wil lunchen. Het brandalarm gaat af, maar dat lijkt niemand te deren, want is (zoals we later zullen merken), zo ongeveer elke 5 minuten het geval door de nooddeur die open gedaan wordt.
We willen lunch bestellen, maar eigenlijk het enige herkenningspunt, buiten de rijen dik die voor een soort 15 meter lange counter van lunch-items staan, zijn de bestelzuilen aan de linkerzijde. En dus bestellen we daar een tosti, focaccia en een pizza. Maar ja hoe dat dan vervolgens werkt en we ons eten krijgen, weet niemand. En aangezien hier niemand Engels lijkt te spreken is het even een beetje chaotisch. Uiteindelijk weet een mevrouw me duidelijk te maken dat ik ergens bij die 15meter counter moet gaan staan in de rij. Allerlei Italianen schreeuwen door elkaar om als eerst geholpen te worden en daar sta ik dan een beetje tussen te dralen. Geloof me, ik kan me leukere dingen bedenken. Als ik me uiteindelijk ergens tussen heb weten te wormen wordt uiteindelijk het bonnetje bekeken en gaan ze stap voor stap alle dingen bij elkaar verzamelen. De selectie pizza’s is anders dan het bestelmenu en dus moet Bas alsnog iets anders kiezen en dat gaat via 3medewerkers omdat ze allemaal niet uitgelegd krijgen wat het probleem is. Drankjes moeten we weer ergens anders pakken. Ik zou niet weten wie het overzicht houdt, maar ik ben het kwijt. Uiteindelijk hebben we desondanks een half uur later ons eten en genieten, onder het genot van 5x het brandalarm, het lekker op.
De reis verloopt verder prima en we arriveren rond 15:00 midden in het centrum van Pompei bij ons ‘Hotel Forum’. De spullen van auto naar hotel brengen is slechts 200 meter, maar we zijn drijfnat bij aankomst door de warmte en dus blij dat de frisse airco ons snel weer opdroogt. We zitten letterlijk tegenover het archeologische park, dus kan niet missen morgenochtend. Bas is even niet helemaal fit (heeft al een paar dagen last van zijn buik en ook erg moe) en kruipt dus even op bed, terwijl Sam en ik het centrum even gaan verkennen. Daar ontdekken we fonteintjes, die we bij gebrek aan een zwembad in ons hotel, benutten om even lekker af te koelen samen. Nou dat hoef je Sam geen twee keer te zeggen. Hij begint wat voorzichtig, maar binnen no-time is hij helemaal doorweekt en gaat op de fonteintjes zitten. Wat is ie aan het genieten, en ik ook trouwens, want ik ben ook dol op waterpret natuurlijk. We spetteren en spatteren en zoeken gelijk een eettentje voor vanavond op. Die vinden we bij Mercato, een gezellig plekje, waar ook de Aperol Spritz goed smaakt.
In de avond zoeken Bas en ik nog wat uit, want morgen gaan we uiteraard naar de opgravingen, maar aangezien we vanuit hier de vulkaan Vesuvius mooi kunnen zien en deze onlosmakelijk verbonden is met de historie van Pompei willen we die eigenlijk ook bezoeken. Buiten dat feit is Sam echt helemaal wild van vulkanen, zeker omdat we naar de Etna gaan donderdag en dus lijkt het ons leuk om ook de Vesuvius even op te gaan ter vergelijking. En misschien komen we Zwarte Magica nog tegen die het geluksdubbeltje van Dagobert Duck probeert om te smelten; mooie bijkomstigheid. En dus vind ik na serieus echt veel moeite (want allemaal tours met gidsen en daar zitten we dan eigenlijk niet op te wachten + is een stuk duurder) nog een fast-lane-ticket voor entree tot Mount Vesuvius voor morgen.
Parco archeologico Pompei
Maandagochtend na het lekkere ontbijtje in ons hotel gaan we richting de overkant, want daar is dus de ingang van het park. Bas vertelt Sam dat hij niet zeker meer weet of Opa Luc nou ook alweer hier was geweest, maar we dat helaas niet meer kunnen vragen; waarop Sam doodleuk zegt ‘Maar dan stuur je hem toch even een berichtje’. Ja, maar dat gaat niet lieverd, want opa Luc is dood. ‘Maar dan kan ie toch wel even een berichtje sturen?’. Ik hou zo van hem! ❤️
Vlak bij de ingang worden we door een touroffice-meneer gevraagd of we tickets hebben. Bas vertrouwt het boeltje niet, want heeft gelezen dat ze je van alles proberen aan te smeren bij de ingang, maar de meneer probeert met alle mogelijkheid duidelijk te maken dat hij van de tourist office is en we de tickets die we online gekocht hebben nog moeten inwisselen voor de echte tickets. Uiteindelijk besluiten we het te vertrouwen en krijgen we idd de echte tickets voor het park bij de Tourist Office aan de overkant. Echter, bij even doorvragen blijkt dat de tickets voor de Vesuvius die we gekocht hebben zeker de juiste tickets zijn, maar we geen ticket hebben voor de parking daar. En die moet je van tevoren reserveren, dat gaat niet meer op deze termijn. Nee lekker dan, als je dan tickets bestelt verwacht je wel dat dat er even bij vermeld staat…. En nu dan? Kunnen we niet meer..? Even twijfel ik of we deze mevrouw wel kunnen vertrouwen en of ze ons niets aan probeert te smeren, maar dan zegt ze; check maar even als je wilt en tja, ik kan het eigenlijk gewoon niet vinden. We boeken dus ook een transfer van hier naar entree voor de klim, ook omdat de prijs wat mee valt en we het risico niet willen nemen.
En dan gaan we de historische stad in. En ik vergeet te vertellen hoe slecht we voorbereid zijn, want overal, echt OVERAL op internet staat vermeld dat je flesjes water mee moet nemen, omdat het godsverzengend heet is in dat park. Dus wat dacht ik vanmorgen: die flessen van ons zijn leeg, dus we moeten even nieuwe kopen bij de ingang. Nou even twee dingen: er zijn geen flesjes water te koop bij de ingang en er zijn wel overal waterpunten waar je je eigen fles had kunnen vullen. Lekker dom dus dat we die niet bij hebben, want het is dus echt gruwelijk heet tussen al die stenen. Buiten dat feit is het echt onmogelijk druk met groepen en tours. Zelfs ik word er een beetje kriegel van. En voor Sam, nou ja, voor hem is er ook gewoon niet zoveel aan. Het is warm, hij heeft dorst en het zijn vooral veel stenen, dus niet gek dat ie aan 1 stuk steen en been loopt te klagen. Dat gaat echter niet zo goed samen met Bas’ langgekoesterde wens om naar Pompei te gaan en dus ben ik vandaag de lijm. Sam en ik lopen van waterpunt naar waterpunt, waar de meeste mensen gewoon lekker hun flesjes vullen, maar wij met ons complete hoofd er onder moeten hangen om wat water binnen te krijgen. En geloof me: dat wil je, want het is echt niet te doen zo warm. Maar ja dat is nooit zoveel als je met een flesje water drinkt en dus staan we steeds opnieuw in de rij voor een klein beetje water.
Even klein achtergrondje voor de mensen die, net als ik, niet wisten waarom Pompei verdwenen is. Het was een levendige handelsstad, aan de voet van de vulkaan Vesuvius. in 79 na Christus begon de vulkaan op een avond te roken en puimsteen uit te spugen, kilometers hoog de lucht in. Veel mensen konden vluchten maar in de nacht erna stortte de eruptiekolom meerdere keren in, waardoor er pyroclastische wolken van heet gas , as en puimsteen over de stad heen kwamen. Iedereen die er nog was stierf onmiddellijk en de stad werd bedekt met een laag van 4 tot 6 meter. Pas in de 18e eeuw werd de stad opnieuw ontdekt en uitgegraven. Doordat de as de stad bijna volledig had afgedekt en mensen wel overleden waren, maar de lichaam niet gelijk vergaan, hebben ze hele afdrukken van mensen kunnen maken die in vluchtposities gevonden werden. Daarnaast is de stad daardoor echt nog heel goed intact. Hij was als het ware geconserveerd in de as.
Uiteraard is het mooiste en minst drukke het meest ver weg en dus lopen we 2,5 km zoveel mogelijk in de schaduw door een moeilijk te navigeren (want allemaal rechte straten met romeinse namen die niet altijd op de kaart zijn weergegeven) locatie. Als we uiteindelijk aankomen bij Villa des Mysteri, het vroegere bordeel zijn we al ver gesloopt. Desondanks is dat wel de moeite waard door de echt prachtig bewaard gebleven fresco’s en lichamen die gegoten zijn met gips in de asresten. Sam is bijzonder geïnteresseerd in de twee dames die restauratiewerkzaamheden aan de mozaïekvloer aan het uitvoeren zijn en dus nemen we daar lekker de tijd.
Sam heeft nog steeds dorst op de terugweg en er zijn heel wat kraantjes niet meer in gebruik, en we kunnen ons wel voor ons hoofd slaan dat we die flesjes vergeten zijn. Ik laat Bas dus even op zijn gemak wat meer de highlights bezoeken en bekijk met Sam vooral de schaduwrijke plekjes. Het is wel geklaag na geklaag, dus ik houd een beetje mijn hart vast voor de middag op de vulkaan, waar we toch ook nog wel even moeten gaan klimmen. Gelukkig vinden we weer een fonteintje en treffen we Bas bij de Garden of the fugitives, de tuin van de vluchtelingen, waar heel wat mensen geen kant op konden.
Best heftig eigenlijk, want deze stad is echt wel serieus groot en ook gewoon echt voor die tijd echt heel netjes aangelegd. Ik zou niet zeggen dat het al bijna 2000 jaar geleden is dat al deze dingen gebouwd zijn met de kennis van toen, pamfletten aan de muur, aardewerk wat bijna modern genoemd kan worden. Door de warmte en onze afspraak van vanmiddag voor de Vesuvius (vooral de warmte!!) kunnen we niet te lang blijven en dus zitten we helaas een beetje op de klok. Sam en ik zijn er ook wel een beetje klaar mee en inmiddels heb ik het zelf ook eigenlijk heel erg warm. En al dat drinken uit je handje is ook niet heel praktisch. Maar dan komt Bas, onze reddende engel, die bij toeval in het midden bij het overkapte archeologisch centrum waar ze aan het werk zijn, serieus een horeca gelegenheid gevonden heeft en daar flesjes water op de kop heeft weten te tikken! NERGENS op een kaart aangegeven dat daar een horeca gelegenheid is... Tweede keer deze vakantie dat ik zo blij ben met een flesje water. Sam: “Zo, mama, nu hoef ik dan dus een poosje niet te zeuren’. Hahaha soms moet ik zo om hem lachen. We lopen terug via het amfitheater, waar helaas een concert plaats gaat vinden, waardoor we er niet in kunnen, waarna we richting tourist office gaan voor de bus naar de Vesuvius.
Mount Vesuvius
Allemaal een beetje gesloopt en oververhit, maar gelukkig is het busje airconditioned en zitten we daar een half uurtje in. Bas scoort voor de zekerheid nog een plastic zakje, met in het vooruitzicht haarspeldbochtjes voor Sam en dan zijn we op pad.
De betreffende chauffeur is overduidelijk een Italiaan van hetzelfde kaliber als wat we gemiddeld zelf op de weg tegen komen, want rijdt echt als een volleerd idioot hard op bochtjes af. Wel veilig uiteraard, maar een beetje bumperkleven schuwt hij niet als het niet snel genoeg gaat. Misschien dat we daardoor zo snel boven zijn. Daarbij rijden we echter wel langs de autoparkeerplaats die serieus een stuk verder naar beneden is dan waar wij nu heen rijden en eerlijk gezegd denken we dat het maar goed is dat we DAT stukje niet samen met Sam hoeven te lopen. 1. Niet veilig, 2. Ik denk dat we de kraterrand dan nooit bereikt hadden.
We stappen uit het busje en de goede zin is gelijk aanwezig bij onze kleine vriend. We gaan dan ook een vulkaan beklimmen, jongens. Das niet niks natuurlijk. Een klim van een metertje of 150 omhoog in een krap half uurtje gaat volledig kletsend, vragend en wel. Volgens mij staat er op ons voorhoofd ‘Encarta 95’, want we lijken wel een encyclopedie met alles wat die kleine jongen wil weten over vulkanen. Super leuk natuurlijk, maar als je met 40 graden hitte omhoog probeert te lopen, niet altijd even praktisch. Desondanks liever dit dan dat gezeur over; ik heb dorst, ik heb het warm van vanmorgen. Gelukkig hebben we inmiddels flesjes water gefixt, dus dat excuus gaat ook niet echt meer. Ik moet zeggen dat ik serieus trots ben op hoe hij naar boven klimt. Het uitzicht wordt ook met de meter mooier moet ik zeggen en het feit dat je weet waar je heenloopt (immers er is geen hoger punt) helpt ook erg goed. En dus hebben we veel lol met zijn drietjes en sneller dan verwacht komen we aan bij de krater. En dat is voor Sam toch even weer een nieuw vragenvuur, want hij had denk ik toch in zijn hoofd dat er dan oranje lava te zien zou zijn, zoals op al die foto’s, maar de Vesuvius barste voor het laatst uit in 1944 en dus zijn er in de krater vooral veel gras, stenen en zelfs bomen gegroeid. We kunnen dus vooral aan de rand zien dat het een vulkaan is en moeten het verder doen met alle verhalen. Overigens is het ook een van de gevaarlijkste vulkanen ter wereld, doordat er in de ‘rode zone’ ontzettend veel mensen wonen, waardoor bij uitbarsting er bizar veel mensen geëvacueerd moeten worden. We lopen een mooi stuk langs de kraterrand en zo vermoeiend als het vanmorgen was, zo leuk is het vanmiddag. Naar beneden wordt er bijna gerend en zo is het bij elkaar toch een leuke dag uiteindelijk.
Bas’ buik is er nog steeds niet helemaal blij mee en dus chillen we allemaal even met ons eigen ding op bedje en springen daarna nog even de douche-bad in voor wat opfrissing. Het avondeten genieten we heerlijk bij Bellavie, een leuk familierestaurant met heerlijke visspecialiteiten. Sam krijgt een speciaal schort aan en het eten is echt yum yummm!
Slapen zullen we vanavond wel na deze intensieve dag!
Valle delle Ferriere
Voor dinsdag heb ik een heel ander soort programma in mijn hoofd. Na een dag met warme stenen en vulkaan-beklimmen, lijkt het me heerlijk om vandaag lekker een beetje te relaxen. In de buurt van Pompei ligt namelijk een prachtig natuurgebied, schattige beekjes, mooie watervallen, een oude ruïne van een papierfabriek. De foto’s tonen een soort jungle-achtige omgeving waar mensen lekker chillen en afkoelen onder de waterval. Lekker in de schaduw van de bomen, een paar mooie zonnestralen die door de boompjes heen reiken en het een mooi plaatje maken, beetje zwemmen. Snap je me? Het doet me een beetje denken aan de Erawan watervallen in Thailand vorig jaar, dat heb ik in mijn hoofd. Ik vertel je alvast: dat is niet hoe de dag gaat verlopen!!
Het was de afgelopen dagen best wel wat uitzoekwerk, deze plek, want er worden genoeg excursies naartoe aangeboden, maar die zijn allemaal zo’n 150-200 euro. En dat vind ik erg veel voor een waterval waar we ook zelf kunnen komen zonder entree. Uiteraard ligt de waterval niet aan een autoweg en dus helpt AI me met een paar suggesties. De waterval ligt zo’n 400 meter boven zeeniveau en ik lees dat je vanaf Pontone, een dorpje in de bergen 200 meter omhoog kunt klimmen en dan ben je er, maar ergens zie ik ook een suggestie dat je de route naar beneden kunt lopen. Je zet dan de auto beneden, pakt een bus omhoog en op die manier loop je eigenlijk gewoon terug naar de auto en ben je dus niet meer gedurende de dag afhankelijk van de bus, zodra we vertrokken zijn. En dat lijkt me echt een veel beter idee. Sam is 100x beter in dalen. En dus ga ik dat ‘pad’ op en verder uitzoeken hoe we dat dan kunnen organiseren. Het AI pad verwijst me naar een klein plaatsje op een berg: ‘San Lazarro’. Van daaruit zou een mooie wandeling lopen langs Valle delle Ferriere. Welke wandeling; die suggestie geeft ie me niet, maar hij stelt voor dat ik even een wandelapp download en daar een route San Lazarro - Valle delle Ferriere - Amalfi opzoek, want dat is een wandeling die goed te doen is met een 5-jarige.
Ik download dus een wandel-app, vind hem niet; download een volgende app: vind hem nog steeds niet. Derde wandelapp ‘AllTrails’ heeft inderdaad een wandeling van een kilometer of 8 langs deze drie plaatsen. Ik wil hem offline downloaden, maar dat kan natuurlijk alleen met de PRO-versie, dus die dan maar een ‘proefmaandje’, want het internet schijnt slecht te zijn in de bergen, en dan wil je wel gps (geloof me: was het geld waard!).
Maar dan moeten we nog naar San Lazarro. Wederom door Claude AI geholpen moeten we rijden naar Amalfi, daar de bus pakken naar San Lazarro en van daaruit lopen we de 8 km naar beneden.
Vanuit Pompei moeten we de berg langs om naar de Amalfi-kust te komen en het is werkelijk een prachtige route om te rijden, maar druk! Op de smalle kustweggetjes rijden auto’s, bussen, scootertjes, lopen mensen en daar moet je dan met je auto elkaar ook nog passeren. Maar behalve een paar hartverzakkingen valt het allemaal mee en komen uiteindelijk om 11:00 aan bij Parcheggio Luna Rosso, de enige parking in Amalfi, waar 4 ongestelde mensen vrij directief schreeuwen dat alleen de ‘driver’ in de auto mag blijven. Sam en ik moeten uitstappen, Bas moet de auto alleen parkeren. Wij overhaast de auto uit, want er staan natuurlijk weer mensen achter ons te wachten. Is al niet heel fijn. Er blijken nog maar 2 plekjes in de hele garage te zijn en dus duurt het een poosje voor Bas zich weer bij ons voegt.
We lopen naar het centrum van het overigens, het moet gezegd worden, prachtige kustdorpje Amalfi. Tussen de uitlopers van twee bergen ligt een mooie baai met daarin dit schattige dorpje, waar zich echt veeeeel te veel mensen bevinden voor de grootte van het plekje. Maar goed: wij gaan op weg naar de bushalte, dat is er natuurlijk maar 1 voor het hele dorp. Ik heb intussen een of andere Italiaanse app gedownload waarmee ik kaartjes voor de bus kon kopen, want anders zou je dat bij een of andere tabakszaak in de buurt moeten doen en aangezien ik daar niet afhankelijk van wilde zijn vond ik online een app waar je vooraf tickets kon fixen voor 2,40 per persoon. Kun je geen buil aan vallen.
Aangekomen bij de bushalte, is ECHT een mierenhoop. Volgens mij bestaat de bushalte ook uit verschillende opstapplekken, maar nergens een bordje met welke bus waar zou moeten komen. Ik weet dat we de bus naar Agerola (San Lazarro) moeten hebben, maar dat staat natuurlijk dan ook nergens. Om me heen staan evenzoveel mensen die het ook niet weten en dus spreek ik een Italiaan met een chic blauw blouseje aan die hierbij lijkt te horen. Hij wijst naar een bepaalde stoep bij een boom, waar net zoveel mensen staan. Een beetje hulpeloos lopen we daar heen. Er komt een bus aan; ik vraag die meneer ‘is dit m?’. Hij schudt ‘nee’ en zegt ‘it comes’. Ok hier wachten in de zon dan maar. Het is inmiddels midden op de dag en de zon brandt op onze bolletjes. Onder een boom in de schaduw zitten vier medewerkers met soortgelijke blauwe blousejes grapjes te maken, af en toe een bus begeleidend die achteruit moet inparkeren. En verder verkopen ze ook kaartjes: ah, dit is dan die ‘tabakszaak’? Ik vraag nog zo’n meneer van ‘bus to Agerola?’. En hij wijst wederom naar ongeveer dezelfde plek met ‘comes’. De drie bussen die daar stoppen zijn het overigens allemaal niet en onze tijd tikt wel weg. Ik weet dat we nog een uur met de bus moeten en daarna nog een wandeling van 3-4 uur tegemoet gaan en dus begin ik wel een beetje ongedurig te worden. Bas heeft een workaround gevonden voor dezelfde onrust die hij voelt door zich erbij neer te leggen dat het vast wel goed komt en Sam vermaakt zich bij een klein fonteintje waar de busmedewerkers ook aan de rand van zitten. Inmiddels zitten we hier een uur, het is inmiddels 12:10 en we spreken af dat we maximaal tot half 1 proberen en anders gaan we niet meer. Dan gaan we wel lekker even in de zee dobberen. En eerlijk gezegd begint dat een aanlokkelijker idee te worden met elke minuut die we hier weg staan te kijken. Elke keer als er een grote touringbus van SITA (bedrijfsnaam) aankomt, kijk ik weer hoopvol op, tot ik zie ‘Positano’, ‘Salerno’ of ‘Fuozi servicio’.
Misschien moeten we toch maar wat extra drinken halen. Ik zeg Bas dat ik even ga lopen om wat drinken te fixen. Ik wandel een stukje en vindt een bakkerijtje dat ook gekoelde flesjes frisdrank verkoopt. Ik pak een literfles water en een paar blikjes en net als ik aan de beurt ben en alles op de balie zet, belt Bas en het enige wat hij zegt is ‘BUS BUS BUS BUS BUSSS! Komen!!’ . Ik laat heel asociaal die blikjes op de toonbank staan en roep nog even ‘bus sorry!’ waarna ik de winkel uit ren naar de bus die inderdaad ‘Agerola San Lazarro’ vermeldt. Totaal een andere plaats dan waar ze naar wezen, maar ik had al langer het vermoeden dat ze maar wat zeiden daar omdat ze het ook gewoon niet wisten.
We kruipen de bus in, met inderdaad de juiste kaartjes die we zelf moeten activeren bij het instappen in de bus. Blijkbaar had ik voor Sam geen kaartje hoeven bestellen, maar dat zei de onduidelijke site niet en van die 2,40 zullen we niet armer worden. Enfin, we zitten in een bus en denken dat we het ergste van vandaag hebben gehad. Naïeve wij.
Een uurtje later, over 100 miljoen haarspeldbochten naar het slechts op 1 wijze bereikbare dorpje San Lazarro zijn we aangekomen, een nauwelijks bestaand ontzettend stil dorpje en kunnen we rond half 2 EINDELIJK beginnen met onze wandeling.
We schaffen nog wat flesjes water extra aan en gaan op weg.
Het eerste deel van de route zou het pittigst moeten zijn met 200 meter stijgen in 1 kilometer, maar daarna is het alleen maar dalen. Even voor de duidelijkheid: de moeilijkheid van deze route werd geschat op gemiddeld.
Het eerste stuk is gelijk in de volle zon steil stijgen, maar dat stemt me positief, want hoe sneller we stijgen, hoe eerder we niet meer hoeven te stijgen. Ik vind een bordje met ‘Valle delle Ferriere’: Yes! We zitten goed. Dit is inderdaad de route die we moeten hebben. We lopen een smal steil overgroeid pad op, waar ooit stenen lijken te hebben gezeten, maar die nu in ieder geval niet meer echt zichtbaar zijn en het is al goed rotsjes klimmen voor Sam, uiteraard zodra we het pad gevonden hebben, want door de overgroeiing is niet echt duidelijk waar het pad loopt.
En als je dan denkt; maar zo dadelijk wordt het vast duidelijker, Neuh, totaal niet. Even later komen er namelijk op een nog smaller pad ook nog bramenstruiken bij die volledig over de weg heen gegroeid zijn. Het betekent dat ik voorop zo goed en zo kwaad als het gaat de bramenstruiken probeer opzij te vouwen om een andere tak heen waar de doornen van die tak hem tegen houden om weer terug te schieten. Sam achter mij manouvrerend aan mijn linkerhand en daarachter Bas die probeert de doorntakken die ik aangeef om Sam heen te krijgen. Met onze korte broeken en korte shirtjes ontkomen we alle drie niet aan verschillende krassen overal. En terwijl we daar tussendoor proberen te lopen moeten we ook nog in de volle zon op een steilte klimmen waar de gemiddelde trap bang van wordt. Zweet gutst uit onze armen, benen en hoofd en de doornen blijven maar komen. Ik kijk Bas aan en eigenlijk zijn we er nu, in de eerste kilometer, al klaar mee. Als het kon zouden we terug gaan, maar met de dienstregeling van de bussen, waar we vanmorgen maar liefst 1,5 uur op wachtten, is teruggaan eigenlijk niet echt een optie, want we weten niet of er uberhaupt nog een bus terug is. En opzoeken kunnen we dat ook niet, want we hebben geen internet meer. En dus gaan we maar verder. Grappig is het al snel niet meer, want Sam vindt klimmen al best wel pittig en raakt op den duur een beetje bang van die prikstruikjes. En we doen echt ons best, maar we moeten gewoon verder en dus zijn onze motivatie-speeches soms niet meer dan ‘Sam, we moeten door, kom niet zeuren.’ Wij hebben het ook warm en ik baal van mijn idee om dit te gaan doen. ‘Het zijn maar takjes, we moeten door!’. Karakter wordt gevormd op dit soort momenten geloof ik en dan maar hopen dat ie hier een beetje doorzettingsvermogen aan overhoudt. Die kilometer lijkt wel uren te duren en gaat afwisselend over rotsen, zand waar niet in te klimmen is en die doornstruiken. Het doet ons denken dat dit pad al een tijd niet meer gelopen is en in ieder geval zeker niet onderhouden is. We hebben spijt dat we onze kleine vriend meegenomen hebben hier naartoe en als ik dit eerste stuk geweten had, had ik het niet eens overwogen.
Ik houd nauwlettend de offline kaart van AllTrails in de gaten om precies te kunnen zien wanneer dit drama eindigt, steeds de rest updatend hoeveel we nog moeten stijgen. Gelukkig maar dat ik de kaart offline gedownload heb, want we hebben hier geen verbinding met niets en dat maakt tevens dat ik wilde dat we hier nooit aan begonnen waren. Als er nu iets mis gaat zijn we onbereikbaar. Niet teveel over nadenken.
We arriveren op een kruising op het hoogste punt en maken de schade op. We zitten vol met krassen, ik heb een paar wondjes waar wat bloed uit komt en we zitten onder het zand. Lekker bezig, familie Vermeer. We werken het eerste flesje water weg voor we het pad naar beneden gaan volgen. En als je denkt: nou je hebt het ergste gehad, nope.
Want het pad naar beneden bestaat uit rotsen en stenen, weggespoelde paden waar we ons een weg proberen te vinden tussen opgedroogde beekjes die tot pad gemaakt zijn. En bij die afdalingen moeten we ook rekening houden met ons kleine makkertje die niet echt heel goed stenen met diepte afstand van 50 cm kan maken. We proberen er maar een spelletje van te maken door hem er een glijbaan van te laten maken en stapje voor stapje naar beneden te glijden. Het schiet echt voor geen meter op en als ik het kaartje bekijk zie ik dat we zeker nog op het pad zitten, maar ook hoe lang het pad nog duurt en op dit tempo gaat het nog wel even duren.
Sam heeft zijn meeste energie verbruikt tijdens de klim omhoog en struikelt regelmatig over de hobbelige steentjes, zich bezerend, wat resulteert in een huilpartijtje dat hij moe is en pijn heeft. Een rood koppie van de inspanning. Bovendien heeft hij al niet meer gegeten sinds het ontbijt, omdat de zelfgebakken cake die we gekocht hebben, chocoladestukjes bevatte, hij het daardoor niet herkende en het dus niet wilde eten. En ons mannetje verhongert nog liever dan dat hij dit (overigens heerlijke) cakeje verorbert.
Het spelletjesmagazijn wordt op een iets gemakkelijker pad weer uit de kast gehaald en we doen maar weer eens ‘Wie/wat ben ik’ , gegarandeerd een succes op elke wandeltocht. Het stipje over de kaart gaat iets vooruit, en als een pad bestaat uit zand wat geleidelijk omlaag loopt zijn we al even gelukkig. Want het meeste is gewoon klimmen over boomwortels, omlaag vallen over ingezakte zandpaden. Hele bomen liggen ook soms over de weg, dat is ook even klimmen, enorme rotsblokken langs een rotswand. Af en toe zien we een rood-witte markering, de enige wijze waarop we weten dat we nog goed zitten, behalve onze offline kaart. Sam struikelt nog een paar keer, dat doet ie al op normale wegen, hier helemaal. We zijn helemaal doorweekt van het zweet en de warmte. Enige voordeel is dat een groot deel onder de bomen is, waardoor we niet vol in de zon lopen.
De moraal begint zienderogen af te nemen en zijn inmiddels drie uur onderweg, maar die Valle delle Ferriere hebben we nog niet bereikt, en eerlijk gezegd: daar hoef ik ook eigenlijk niet eens meer heen. Ik wil inmiddels vooral graag veilig naar beneden komen. Bas zegt ‘Niet vervelend bedoeld Ien, maar dit is wel een van je mindere ideeen’.
Jup, dat is in mijn opinie nog zacht uitgedrukt….
Mijn gezicht:
We mopperen wat af op Sam, uit moeheid, maar vooral omdat we gewoon echt door moeten en niet stil kunnen blijven staan bij elke kleine lijntje of wondje of krasje. Het zijn de momentjes waarop we als ouders niet echt trots zijn, want we snappen helemaal dat ons ventje eigenlijk niet meer kan. Hij is 5 en eigenlijk is dit teveel voor zijn kleine beentjes, maar ja we hebben gewoon even geen keuze. We MOETEN naar beneden. Enige voordeel is: geen braamstruiken meer hier. Met het vooruitzicht van een ijsje als we terug aan zee zijn gaat het cakeje met de chocoladestukjes toch op en warempel: hij vindt het lekker en is daarna ineens weer een stuk beter te doen. Madeliefjes worden geplukt en hij kletst weer vrolijk. Tja, jongen, je bent niet de enige in deze familie die hangry wordt van honger.
Het gaat tergend langzaam als je zo af moet dalen en we zijn dan ook gelukkig als we na 6,5 kilometer een waterval treffen. Ons water is bijna op en dus hopen we dat dit bergwater schoon genoeg is om te drinken. We gooien wat haar door onze haren, Sam en Bas maken hun petje lekker nat en dan gaan we na een korte pauze weer lekker door. Inmiddels is bijna vijf uur, 3,5 uur zwoegen onderweg en ja hoor, daar is ie dan: het bordje naar Natuurreservaat Valle delle Ferriere.
Tien minuten afwijken van het pad om naar de mooie waterval te lopen.
Zoek het maar uit met je Valle delle Ferriere: wij hoeven er niet meer heen. Laat die waterval maar zitten. Wij willen vooral gewoon terug naar de bewoonde wereld. We lopen dus door en dan, ja dan, begint het gebaande pad. Nette hekjes, trapjes die er uit zien als een trap, vlondertjes over beekjes. We lopen het laatste stukje route dat vanaf de serieus bewoonde wereld loopt naar het natuurreservaat. Drie en een half uur hangen en wurgen en hier loopt de fatsoenlijke route naar het natuurreservaat. Godver, hadden we dat geweten...
Op de verdere weg terug lopen we langs mooie kleine watervalletjes, plasjes waar we zeker even hadden kunnen afkoelen als we meer tijd hadden, een beekje met een mooi paadje er langs. Precies die Erawan relax plek die ik wilde, als we hier eerder waren geweest en LANGS DE GOEDE KANT WAREN AANGEKOMEN 😣 De plekjes waar ik op hoopte toen ik hierheen wilde. Het moet gezegd: fotogeniek is het hier zeker. De ruïne van de papierfabriek is ook serieus bijzonder. Helemaal overgenomen door de natuur staat daar zo’n verlaten gebouw dat stapje voor stapje meer plant en boom wordt. We lopen nog een stuk verder, komen zelfs voor het eerst vandaag mensen tegen en daarna volgt het eerste dorpje: Pontone…. Pontone mensen… het dorpje vanwaar je goedkoop kun parkeren en omhoog kon lopen naar het reservaat. Als we dat nou eens gedaan hadden… dan waren we volgens Google maps in 20 minuten van de parking bij het reservaat geweest… zucht zucht zucht….
Leuk toepasselijk bordje op de weg terug:
Intussen lopen wij verder naar beneden en ook al is het naar beneden, omdat we inmiddels 4 uur in de warmte verder zijn is het gewoon genoeg geweest. Mijn voetjes doen ook pijn.
Als we dus het eerste winkeltje met drankjes in Amalfi tegenkomen klok ik de lemon soda in 1x naar binnen. Het gezellige stadje is behalve druk wel erg sfeervol en dus genieten we van een lekker ijsje, waarna de zwemspullen aan gaan en we een lekkere duik in de zee nemen. Potverdikkie, wat zijn we blij dat we weer beneden zijn. We bespreken onze angsten die we tijdens deze route hadden en wat er allemaal mis had kunnen gaan en we eerder bewust niet uitspraken. Als we dit hadden geweten waren we er niet eens aan begonnen. En natuurlijk spreken we onze trots uit naar kleine Sammetje die het uiteindelijk ondanks hoe zwaar het was, toch helemaal zelf gelopen heeft. Knap!
Toen ik deze blog aan Bas voorlas, vond Bas dat ik het nog gedowngrade had hahahaha, 'maar ja ik was er natuurlijk bij'
In totaal hebben we 11 kilometer gelopen, waarvan 200 meter stijgen en dan 900 meter dalen. Die zee hebben we wel verdiend. Sam slikt nog een slok in (er is gelukkig nog genoeg zee over) en potver wat is dat lekker afkoelen. Na deze tocht van vandaag nemen we het er even lekker van. En zo wordt het toch nog een mooie afsluiting van deze heftige dag. Pas als we het langzaam koud krijgen gaan we er uit, eten een snelle lekkere vishap in het centrum en rijden uiteindelijk om kwart voor 9 richting Pompei terug. Wel na het betalen van 52 euro voor de parkeergarage overigens. Voor die 52 euro wordt je in ieder geval toegeschreeuwd dat passagiers niet in de auto mogen blijven. Sympathiek.
We rijden langzaam terug langs de kust en Bas wil nog een mooie foto maken. Sam moet nog even plassen, dus Bas parkeert hem langs een railing. Het lijkt me een mooi idee om hem dan daar even te laten plassen. Helaas kom ik er iets te laat achter dat er hier natuurlijk bergen zijn en dat naar beneden plassen-soms betekent dat je op andermans terras plast. Ooops, snel herrichten!
Bas navigeert ons terug over haarspeldbochtjes door de bergen in het donker en aangekomen in ons hotel zijn we allemaal heel snel in ons bedje en heel snel aan de slaap. We gaan namelijk woensdag richting Sicilië en daar hebben we de energie weer hard voor nodig!