Woensdag vertrekken we redelijk op tijd in Pompeï. We moeten vandaag namelijk een behoorlijk eindje rijden naar onze volgende bestemming: Sicilië. De oorsprong van deze trip naar Italië en Sicilië is namelijk in de basis niet alleen om een leuke rondreis te maken, hoewel deze rondreis natuurlijk heerlijk is, is het ook om terug te gaan naar de plaats waar mijn schoonvader krap 3 jaar geleden overleed: in Letojanni, Sicilië. Zo vaak op de rouwkaart gezien-nooit geweest: tot nu.
Deze blog gaat over herinneringen ophalen, maar ook over nieuwe herinneringen maken; bijvoorbeeld op de Etna.
Drie jaar geleden op 19 september 2023 werd Bas gebeld in de vroege ochtend. Of hij even wilde gaan zitten. Hij liep op dat moment in een bos, wegens een inspectie die hij uitvoerde, dus zitten is een beetje lastig. De reisorganisatie van Bolderman, waar zijn vader mee op groepsreis was, belt. Luc had Bas opgegeven als noodnummer en ze bellen hem om hem te vertellen dat zijn vader overleden is, gevonden op zijn hotelkamer in Letojanni, Sicilië. Gevonden, omdat hij in de ochtend niet op kwam dagen voor de excursie naar de Etna, een plek waar hij al jaren graag naartoe wilde.
Politie-onderzoeken en wel later bleek dat hij een natuurlijke dood gestorven is, aan een hartstilstand. Zijn telefoon op zijn borst, rustig op zijn bed. Of we die kant op wilden komen? Nee, dat zagen we allemaal niet echt zitten. Weken van geregel volgden om zijn lichaam naar Nederland te krijgen, waar we na krap twee weken van overhevelen van het lichaam van plaats 1 naar plaats 2, vliegtuig in, vliegtuig uit, kist in kist uit, afgeraden kregen om hem nog te zien. En dus kregen we nooit echt de kans om te rouwen, afscheid te nemen. En zo voelt het eigenlijk nog steeds. En dus wilden Bas en ik graag een keer naar Sicilië toe, de plek opzoeken waar hij zijn laatste dagen gespendeerd heeft, de dingen doen die hij graag had willen doen; de Etna op, terug naar Letojanni: dat plaatsje wat we op elk formulier in moesten vullen, maar ons helemaal niets zei, niets voor ons was-behalve een naam van een plaats.
We hopen met deze reis het af te kunnen sluiten. En daarom is de rest van deze rondreis volledig gebouwd om Sicilië heen.
Naar Sicilie, klinkt gemakkelijk
We rijden een uurtje of vier over een redelijk saaie weg van Midden, naar Zuid-Italië en arriveren rond 3 uur in het dorpje Villa San Giovanni, waar we ‘heel gemakkelijk’ de boot zouden moeten kunnen nemen naar Sicilië. Nou dat blijkt een uitstapje op zich, en geen hele leuke, want het is ons TOTAAAL onduidelijk welk van de 5 bordjes het juiste is om op de boot te komen. Grote brede borden met ‘Imbarchi’ markeren meerdere ingangen, maar daar zijn er wel 2 van en binnen die borden zijn er dan ook weer losse keuzes, natuurlijk enkel in het Italiaans - dus wij snappen er geen reet van. En als je acuut een beslissing moet nemen (je bent immers aan het rijden) en er zijn 5 keuzes, is de kans dat je de goede hebt op de gok natuurlijk 20%. En dus pakken we een weg, die ons een dorpje door leidt (echt, waarom als je een bord ‘imbarchi’ onderdoor rijdt, moet je daarna een dorpje door en de juiste afslag ook nog vinden?!). We staan in de rij voor een boot en lijken dus de goede doolhofafslag te hebben, maar eenmaal vooraan blijkt dat we geen ticket hebben. Die hadden we blijkbaar ergens moeten kopen. Waar? Geen idee. Wij weten het niet. Ik had intussen gevonden dat je ook met je tolbadge de boot op kunt, maar je moet toch ergens een ticket halen blijkbaar. En dus moeten we de route-of-shame exitweg op en 5 km snelweg omrijden om terug te komen bij hetzelfde punt van keuze. Geloof me, dit zijn niet de beste momenten, want we snappen er allebei geen reet meer van en inmiddels hangt er ruzie in de lucht, want ik had het niet goed uitgezocht en Bas wil nu eerst weten waar hij heen moet. Intussen heb ik ontdekt dat er meerdere rederijen opereren en dat dat het verschil tussen Imbarchi 1 en 2 veroorzaakt. Ik denk ook door te hebben waar we dan wel moeten zijn. Bij rederij 2 (die elke 20min gaat) is namelijk nog zo’n apart poortje voor tolbadge; misschien halen we daar een ticket? Bas denkt de juiste weg gevonden te hebben, maar dan pakt hij de tweede keer een poortje te vroeg naar rechts en moeten we voor de tweede keer de 5 km snelweg omrijden. Man man man, dit is een recept voor ellende hoor. Ik bespaar je de grote details, maar als we vervolgens uiteindelijk het juiste pijltje volgen en de tolbadge-poortjes gevonden hebben- blijkt de opluchting van korte duur: onze tolbadge blijkt niet te werken: hij piept niet, de slagboom blijft dicht en we moeten achteruit de rij uit met wel 5 auto’s achter ons. Het wordt er niet beter op. Als we dan tot slot bij last-resort: de betaalautomaten aanbeland zijn en denken: nou dit zou toch moeten lukken, waar je met muntgeld of pas zou moeten betalen, treffen we een Italiaans scherm zonder instructies wat we moeten doen. En dan is de maat vol. Paniek in de auto. Even kunnen we niet meer vooruit of achteruit.
Gelukkig worden we uiteindelijk geholpen door een paar vriendelijke medewerkers, die ons, ruim een uur na aankomst begeleiden om een ticket aan te schaffen. Na het aanschaffen kalmeren we even samen, kletsen fijn, betrekken Sam bij de ruzie van papa en mama en hoe je sorry zegt, waarna hij aangeeft dat hij ‘vooral bang was dat we niet meer op de boot konden’. Nou dat is gelukkig opgelost en opgelucht hebben we de boot van 16:20 en zetten we krap een half uurtje later een voet (of eigenlijk een autoband) op Sicilië.
Ecotourisme huisje midden in de natuur
We rijden nog een uurtje door en de paden worden steeds kleiner, tot we uiteindelijk een lavastenenpad oprijden naar onze overnachtingsplaats voor 2 nachten. Aan de voet van de Etna is deze locatie compleet afgelegen. En niet alleen wat betreft natuur. Het is hier werkelijk heel stil. Ik volg het pad naar ‘Receptie’, wat op een houten zelfgemaakt bordje staat, maar vind nergens een receptie. Na een tijdje ronddwalen vind ik een medewerker die de druiven aan het bespuiten is, die met een half woord Engels probeert te helpen en de host te bereiken. Uiteindelijk wordt duidelijk dat we huisje 4, een klein beetje de berg op, hebben. En dus eigenen we ons een heerlijk plekje met uitzicht op de zee en op de Etna toe. De huispoes komt ook al even snuffelen en zelfs Sam is gelijk fan. Een paar lavastenen omhoog klimmen zien we de zon achter de Etna onder gaan. Het is werkelijk prachtig, maar wel vreemd dat we hier nog niemand gezien hebben. Overigens vliegen blusvliegtuigen af en aan om de bosbranden die hier rijkelijk in de omgeving branden te blussen. De rooklucht die we opmerken en later op onze handgewassen kleding aantreffen bevestigt dat er hier dag en nacht gewerkt moet worden om te voorkomen dat hele gebieden weg branden.
Quad tour
Donderdagochtend doen we lekker rustig aan met ons zelf meegenomen ontbijtje van yoghurt en cruesli en voor Sam boterhammen. We rommelen lekker een beetje, Sam probeert het poesje te bevrienden, ik haak een beetje en Bas doet nog een wasje. En dan komt het deel van het programma waar Sam al maanden naar uitkijkt. Vandaag gaan we naar de Etna, de meest actieve vulkaan van Europa. Vorige maand nog uitgebarsten en bijna continu rokend te zien vanaf elke uithoek van het eiland. Sam heeft tijdens zijn extra lessen op school les gekregen over vulkanen. En sindsdien is hij er helemaal lyrisch over. Hij wil dolgraag naar een echte vulkaan en met deze trip konden we die wens mooi uit laten komen. Gespannen is hij toch een beetje, als hij aangeeft dat hij toch een beetje bang is dat hij uit gaat barsten... tja als je zoveel geleerd hebt over vulkanen en de gevaren, dan snap ik wel dat het een beetje spannend is om een echte te gaan bezoeken.
Iets voor de middag gaan we richting Refugio Ragabo, het startpunt voor onze eerste activiteit van deze middag. Het eerste deel van de middag staat namelijk in het teken van een quad-tour langs de Etna. We rijden haarspeldjes richting het startpunt en passeren daarbij een volledig zwartgeblakerd stuk natuur- niet van de lava, maar van een bosbrand die volgens mij niet meer dan een dag geleden plaatsvond. Het ruikt nog volledig verast, verkeersbordjes zijn zwartgeblakerd en het ziet er treurig uit met al die kale zwarte stokjes van wat boompjes en plantjes waren. Wel bijzonder overigens hoe het landschap onder de vulkaan in 20 minuten zo verschillend kan staan, van wijngaarden, naar grassen, naar bossen, naar lava.
Een kwartiertje later arriveren we bij het startpunt, nuttigen een lekkere lokale lunch, waarna het tijd voor quad rijden is. Sam gaat bij Bas voorop, ik achterop bij onze gids. En waar ik me nog voorstel dat we lekker over de weg, misschien wat zandpaden gaan rijden blijkt al gauw waarom de activiteit niet voor niets Etna Quad Adventure heet, want wegen veranderen in bospaden, veranderen in steile paden met boomstronken en wel in lavabrokken die soms op tientallen centimeter boven elkaar liggen. Ik zit echt zoooo fucking bang achterop die quad, niet normaal hahaha. Moeite met controle loslaten en vertrouwen hebben in dit beest. Misschien scheelt het ook dat onze gids dit wel gewend is en zich dus niet inhoudt. Na vijf minuten ben ik al misselijk en heb ik eigenlijk al spijt dat we hier aan begonnen zijn. Ik kijk angstvallig naar achteren, waar Bas met Sam voorop zit. Bas heeft nog even in zijn hoofd zitten dat hij op een motor zit en moet dus even schakelen om het meebewegen met zijn lichaam vooral de quad te laten doen. Dat in combinatie met letten of Sam nog goed zit, zorgt dat onze gids voorstelt dat Sam bij hem voorop gaat en ik bij Bas achterop. Sam, die overigens de eerste kilometers al gelijk geweldig vond is daar eerst een beetje huiverig voor (uiteraard kent hij deze meneer nog niet zo goed en heeft hij altijd even nodig), maar zodra Bas hem zegt dat ie dan wel vooraan mag rijden is ie gelijk om. Hij is overigens überhaupt al gelijk fan van onze gids. En dus klimt hij vrolijk voorop.
Gids Carmela spreekt weinig Engels, dus hij zal genoeg verhalen van onze kleine vriend hebben moeten negeren, maar ze vermaken zich goed met zijn tweeen en ik vind het eigenlijk wel lekker om even achterop te zitten bij Bas. De krampachtigheid is overigens nog niet verdwenen in mijn lichaam en ik besluit maar gewoon om me heen te kijken in plaats van voor me, omdat dat in ieder geval helpt om het een klein beetje los te laten. Het is heel gek, maar elke keer als er weer zo’n diep gat is waar we als het ware ‘in vallen’ of zo'n streep gas omhoog of een grote steen waar we op moeten, gaat er weer zo’n golf van adrenalinestress door mee heen. Alsof we om gaan vallen. Maar hoezo dan denk ik bij mezelf?! Dat ding staat op 4 wielen en gaat echt niet omvallen. Maar leg dat je hoofd maar eens uit als je ene band 20 cm hoger staat dan de andere en je half opzij hangt met je lichaam.
De eerste stop is bij lavastromen van de uitbarsting in 2002, die een volledig zwart landschap achter liet. Het was de laatste ECHT heftige uitbarsting, die verschillende plaatsen volledig wegvaagde. Niet altijd door de warmte, maar ook door de kracht van de stroom van hete brokstukken. Nu, ruim 20 jaar later, beginnen de eerste boompjes weer door te komen, de Pinus en de berk, pioniersbomen. Twintig jaar voelt als weinig, maar is natuurlijk aardkundig op vulkaangebied gekeken echt heel weinig. De ingeklonken as moet voldoende verzachten, voordat er weer dingen kunnen gaan groeien.
Terwijl we genieten van de omgeving, wil Sam vooral graag weer verder op de quad, hij vindt het echt HELEMAAL fantastisch! Dikke big smile er op en hij gaat weer voorop met onze gids. Hij heeft snel door hoe hij zijn benen moet houden en waar hij moet vast pakken en geniet volop van de hobbels. Toch leuk hoe zijn soms opkomende wagenziekte hier TOTAAL geen probleem lijkt te zijn. Bas begint intussen ook een beetje te wennen en ik word achterop bij Bas een stukje minder misselijk dan eerder bij de gids, omdat de vering denken we, iets anders is afgesteld. De gids houdt zich niet in en pakt echt wegen waar ik achterop van achteruit deins, maar ja ik kan niet echt achteruit deinsen, want ik heb als bijrijder nou niet echt bepaald veel controle... Bas is echter lekker bezig. Het koppeltje op de quad achter ons wisselt van bestuurder, maar ik voel echt NERGENS de behoefte om dit ding te besturen hahahaha. Ik vind achterop zitten intens genoeg hahaha. Ik ben avontuurlijk, maar op dit gebied TOTAAL niet! Ik pak Bas stevig vast en probeer vooral van de omgeving te genieten, want die is werkelijk prachtig. En hoe vet, we rijden ook gewoon over een gestolde lavastroom.
We stoppen even bij een lavagrot, waar de lava in 1923 doorheen stroomde, leren het verschil tussen puimsteen (uit de vulkaan, steen met veel kleine gasbelletjes, waardoor de steen extreem licht is) en basalt (zwaar, want hoge dichtheid; ingeklonken lava). We rijden langs Piano Provencano, vanwaar onze tour vanavond begint en in een VOLLEDIG zwart landschap ligt, wat ook compleet weggevaagd is in 2002. De resten van een oud restaurant liggen nog tussen de enorme lava brokken, weggeduwd en verzwolgen door de hete lava. De witte bomen zijn niet verbrand, maar door de pyroclastische gassen en hitte is er zoveel zuurstof onttrokken dat de bomen als het ware van binnenuit dood zijn gegaan. We rijden inmiddels op12 normale asfaltwegen en dat vind ik eigenlijk wel prima als de gids besluit een half uurtje voor het einde ‘dat we nog wel even van het pad af kunnen’. En dus pakken we nog een avonturentour langs de randen van de lavastroom. Een bordje markeert een weg die niet meer bestaat omdat er krap 5 meter lava bovenop ligt en de gids vertelt dat er zo’n 8 kilometer weg onder de lava ligt. Wegen worden daarna gewoon opnieuw gemaakt. Inmiddels begin ik zelf eindelijk een beetje te wennen achterop en durf ik zowaar al rijdend wat filmpjes en foto’s te maken. Net nu het alweer bijna voorbij is, kost even-maar dan heb je ook wat. Die kleine vriend lijkt nooit meer van die quad af te willen komen, want die glimlach zit nog steeds van oor tot oor. Die heeft echt de middag van zijn leven gehad. Had ik eigenlijk niet echt verwacht dat hij dit zo leuk zou vinden, meestal is hij niet zo’n durfal, maar goed: de gids deed dan ook super leuk met hem om hem vertrouwen te geven. Die krijgt dus ook een mooie fooi van ons aan het einde van de tour. Wij hebben in ieder geval met de quad-tour de hoeveelheid CO2 gecompenseerd die we bespaard hadden door in een ecotoerisme-huisje te overnachten hahahaha 😅
Etna bij zonsondergang
We rijden met onze auto naar Piano Provencana op 1800 meter voor de zonsondergang tour die naar 3000 meter hoogte zal gaan, die we na de quad tour hebben geboekt. Na aanschaf van een souveniertje voor aan de muur melden we ons bij de ticket office, eten nog een broodje knakworst en stappen rond 18:00 in de 4x4 bus die klaar staat. Het lijkt wel zo’n amfibievoertuig, zo stoer ziet ie er uit. Sam vindt het een heel gave bus. We scoren bij de chauffeur nog wat zakjes voor de zekerheid, want we gaan met deze bus over lava rijden naar 3000 meter hoogte en ik ga er niet vanuit dat daar een geasfalteerde highway naartoe leidt. En dat is inderdaad niet zo. We klimmen eerst met de bus, die verrassend goede vering heeft, naar 2100 meter. Daar wandelen we een krap half uurtje naar de twee kraters die in 2002 ontstaan zijn. Het zijn hier op deze hoogte met name zijkraters, maar die zijn tevens het meest gevaarlijk, omdat ze nieuw zijn. De druk die opgebouwd is in de magmakamers onder de aarde wordt steeds hoger en een uitbarsting vergt veel kracht om de aarde open te doen barsten. De open kraters op de top hebben niet zo’n hoge drukopbouw, omdat ze nog steeds actief zijn en de eruptiekolommen niet zijn ingestort. Lava stroomt langzamer dan een schildpad, dus bij een uitbarsting is er voldoende tijd om te evacueren, waarna de lava zorgt dat, zoals onze gids zo mooi zegt: ‘De aarde weer op 0 begint’. De aardbevingen die er echter wekenlang op volgen zijn wel heel vervelend voor de bewoners in de omgeving. 25% van de mensen woont in de rode zone, een zone waar je eigenlijk door het gevaar van de vulkaan niet zou moeten wonen. Maar ja, de grond is extreem vruchtbaar en voor de teelt van wijn echt fantastisch. Niet gek dus, dat er stiekem toch veel mensen het risico nemen en toch 'te' dicht bij de vulkaan wonen. Bovendien, zegt de gids, hebben ze meer last van aardbevingen dan van de uitbarstingen zelf. Ook vreselijk vindt hij het fijne stof dat de vulkaan uitstoot, wat ook echt zorgt dat de mensen hier hun daken leeg moeten vegen om te voorkomen dat het door het gewicht van een meter fijnstof instort.
Vulkanoloog en gids Davide met een prachtige bos dreadlocks kan echt heel interessant vertellen over de vulkaan, die voor hen zowel een zegen als een vloek is. Uiteraard ben ik weer in de buurt van de gids te vinden, want ik slurp zijn informatie als zoete koek, waarna ik het vertaal voor Sam, die continu vraagt ‘mamaaaaa, wat vertelt de gids nu? En nu? EN nu?’
Na de toffe klim en een paar mooie foto’s bij de kraters krijgen we een glas Prosecco en wat kaasjes en proosten heerlijk op een heel gezellige avond. Langzaam wordt het wel wat kouder en dus gaan de truitjes die we hebben meegenomen aan.
De bus klimt samen met ons naar 3000 meter, terwijl we kraters passeren van 1800 en 1923. Als een krater eenmaal ingestort is, is dat meestal niet meer degene die opnieuw open gaat. Het verschil in landschap is kenmerkend, waar je ziet dat 400 jaar na een uitbarsting; de natuur wel aardig hersteld is, maar op het land van de uitbarsting van 100 jaar geleden inmiddels pas net weer wat boompjes groeien en op de uitbarsting van 2002 weer wat lage begroeiing. Elke fase heeft zijn eigen begroeiing. Zodra we echter boven de 2000 meter zijn, wordt het landschap met de meter meer een zwarte maan, deels door de hoogte boven de bomengrens, deels doordat we richting top gaan-die nog steeds actief regelmatig uitbarstingen heeft. Het verschil met de zijkamers is dat de kraters aan de top als het ware altijd actief zijn, soms slapen ze , maar 3-4 x per jaar barsten ze uit, zoals begin juni ook weer het geval was. Uit het raam kijken en een rokende vulkaan zien is hier aan de orde van de dag. Daar kijkt niemand hier van op. We komen ook langs een skipiste, want gedurende een korte periode in het jaar ligt er sneeuw op de Etna en kan er dus geskied worden! Dat is geen feestje met alle rotsen, dus er moet minimaal 1 meter sneeuw liggen, om zonder beschadigingen aan je materiaal beneden te komen. Dit jaar was er de unieke situatie dat er maar liefst 3 maanden geskied kon worden, een uitzondering voor het inmiddels 33 graden Sicilië.
Op het hoogste punt waait het bizar hard, windkracht 10 drukt ons alle kanten op. Daarnaast is het behoorlijk fris op 3000 meter hoogte. En we hebben wel een lange broek en trui bij, maar die zijn toch net een beetje onderschat ten aanzien van het gevoel hier. Binnen no time heb ik geen gevoel meer in mijn vingers en inmiddels 20:00, wachtend op de zonsondergang is Sam ook gewoon een beetje op voor vandaag. Hij valt over elk steentje, wat zorgt voor een huilpartijtje en die wind is ook gewoon erg lastig. Na een aantal leuke foto’s en even genieten van het uitzicht kruipen wij dus de bus weer in, terwijl Bas nog wat foto’s schiet van de rokende noord-oost-krater.
Een beetje hoofdpijn, doodmoe, maar wat een heerlijk mooie tocht zo deze avond. Sam vond het ook geweldig, hoewel de quadtocht hem waarschijnlijk nog wat extra bij blijft na vandaag. Terug in het donker bij ons afgelegen appartementje duiken we op tijd ons bedje in, net nadat een volledig Italiaans gezelschap ons rustige plekje ontrustigt om 23:00 door aankomst.
In de ochtend blijkt ineens co-host Carla overnacht te hebben in het appartement naast ons, en mogenwe toch nog ineens de ruim 80 euro property-fee betalen. Het blijft een beetje een rare gang van zaken hier, maar aangezien ook onze reisorganisatie deze mensen niet te pakken kreeg de afgelopen dagen, krijgt het vast nog een staartje. We laten de plek daardoor met gemengde gevoelens achter: heerlijk rustig, mooi uitzicht, maar door de manier van communicatie toch een beetje een raar gevoel aan overgehouden.
Letojanni
Vrijdagochtend pakken we onze spullen en gaan we richting Letojanni, de plaats waar Luc overleden is. We weten in welk hotel hij heeft gezeten tijdens zijn vakantie en hebben besloten daarheen te navigeren. We arriveren bij een klein stadje aan de zee met smalle straatjes, vol met auto’s. Parkeren is daardoor echt even een uitdaging en we rijden het hele dorpje door op zoek naar een plekje. Toepasselijk genoeg worden we tijdens het zoeken naar een plek opgehouden door een rouwstoet. Toch een beetje gek als je naar de plek gaat waar je schoonvader wellicht ook in zo’n auto is afgevoerd. Of zou het met een ambulance zijn gebeurd? We weten het niet.
We vinden uiteindelijk een plekje voor de auto en lopen naar het hotel: kan niet missen, want het is het grootste witte vierkante blok van het stadje. Wel met uitzicht op de zee. Of op de snelweg, als hij aan de verkeerde kant zat. Het is in ieder geval een hotel waar hij graag zou zitten. We zoeken een muurtje op bij de ingang en zoeken in Whatsapp terug naar de laatste appjes die we van hem kregen tijdens zijn reis, om te zien of hij iets over het uitzicht vertelt in zijn laatste appjes. Hij schrijft over zijn val in de douche enkele dagen eerder-hij daardoor een excursie oversloeg om de groep niet op te houden, dat hij zo’n fijn groep had, waar iedereen elkaar hielp (met uitzondering van 2 mensen die niet leuk waren; dat stond er specifiek bij-uitgesproken als altijd) en dat de wijn goed smaakte. Dat ie in het hotel was gebleven om bij te komen en dinsdag naar de Etna zou gaan. Daar had hij zoveel zin in.
En toen niets meer.
De laatste appjes zijn van 17 september, 19 september hoorden wij dat hij overleden was. Dit is de plek waar hij zijn laatste momenten beleefde.
We lopen een rondje door het dorpje, drinken een cappuccino, eten een Cannolo Siciliana. Zo zou hij er ook van genoten hebben, lekker eten en lekker drinken; vakantie. Daar leefde hij voor. Vol verhalen als hij terugkwam en stoer ook, als alleenstaande man om op 75-jarige leeftijd toch mee te gaan op zo’n trip. Na de koffie en het gebakje lopen we gezamenlijk over het strand van het gemoedelijke dorpje, Sam maakt zijn voetjes lekker nat in de zee en 1,5 uur na aankomst rijden we weer verder.
In de auto op weg naar het zuiden spreken we er over. Heeft het nou wat gedaan? Hier zijn? Ik merk dat mijn emotie toch hoog zit. Het is fijn om te weten waar hij zijn laatste dagen gespendeerd heeft. Al die keren dat we Letojanni voorbij zagen komen in die vele papieren die ondertekend moesten worden om zijn lichaam in Nederland te krijgen, stond Letojanni, Sicilië. En nooit hadden we er een beeld bij. En nu weten we wat Letojanni is, waar het is en hoe het er uit ziet. Het op het bordje zien staan had al een uitwerking van: wow, we zijn hier echt. We zijn echt op de plek waar het toen gebeurde. We stellen ons voor hoe het smalle straatje naast het hotel vol moet hebben gestaan met politieauto’s en ambulance om de doodsoorzaak vast te stellen en hoe geschrokken zijn medereizigers moeten zijn geweest toen hun metgezel niet meer mee verder reisde.
Luc zou het fijn hebben gevonden dat we hier zijn geweest en vond hij Sicilië met zijn historie en Griekse oudheden GEWELDIG. Hij zou zijn thuisgekomen met hele verhalen over de prachtige dingen die hij had gezien. En ons gezegd dat we ‘daar echt eens heen zouden moeten’. Wat zijn we blij dat we niet destijds na de vraag gelijk naar Sicilie gereisd zijn. Een heel andere lading zou die reis gehad hebben en dan was Sicilie nooit meer geweest wat het nu voor ons is. Nu hebben we gekozen om bewust een moment stil te staan bij zijn overlijden, maar het blijft ook onze vakantie. We zijn verdrietig dat hij niet meer bij ons is, maar zijn ook blij dat wij alsnog de Etna hebben kunnen beklimmen, al is het maar voor hem. Omdat hij het zo graag wilde. En we krijgen Luc niet meer terug, maar met de paar tranen die ik laat heb ik toch het gevoel dat er even wat verdriet kan en mag zijn over ons verlies en toch ook rust te vinden in het feit dat hij op een mooie plaats was, waar hij het ongetwijfeld ontzettend fijn heeft gehad.
En met die gedachte besluit ik deze blog.
Ter nagedachtenis aan Luc Vermeer
9 juni 1948 - 19 september 2023 (Letojanni, Sicilië)