Tadaaaa! Daar zijn we dan; twee dagen na vertrek zijn we aangekomen op onze reisbestemming: Vietnam! En het ademt: Azië! Maar weer op een heel andere manier dan we tot nu toe meegemaakt hebben in Thailand, Cambodja, India, Nepal of Indonesië. We starten onze reis in het Noorden van Vietnam en reizen in drie weken tijd naar het zuiden. De eerste dagen spenderen we in Hanoi, de hoofdstad van Vietnam.
Allereerst even een shout-out naar onze kleine held, want wat heeft hij het goed gedaan. Voorafgaand aan onze vlucht waren we best een beetje zenuwachtig over de reis. Twee gebroken nachten; dagen met weinig slaap. De ingrediënten die voor een baby niet echt lekker zijn. Maar al met al is het ons heel erg meegevallen. Sam heeft geslapen, ons geëntertaind, wij hem geëntertaind en de mensen om ons heen geëntertaind. En zeker niet met gehuil. En waar hij de energie vandaan gehaald heeft om nauwelijks te gaan jengelen; geen idee. Want wij hebben de energie niet per se meer hahaha.
Een kort slaapje in onze hotelkamer, een transfer om 00:30 en vertrek om 03:30. Na een korte huilbui om 00: 00 (nee nee, niet van mij of Bas), om uit bed te komen, gaat het daarna eigenlijk super! Op z’n rolkoffertje entertaint Sam de hele luchthaven en in no time zitten we te wachten tot vertrek. Als we in het vliegtuig zitten, valt Sam 2 minuten na vertrek in slaap. Wat een verademing! 😁 Na een kleine verplaatsing om hem recht op zijn eigen stoel te leggen, ligt niet veel later ook Basje in een heerlijk snoozeslaapje. En dus geef ik me ook maar aan de slaap over. Kleermakerszit, met omhoog gevouwen knieën tegen stoel ervoor, schuin hangend tegen de hoofdsteun, als een balletje opgerold met armen om m’n knieën en hoofd er tegenaan maak ik bijna de gehele vlucht slapend mee. Net als Bas en Sam overigens. Krap 1,5 uur voor aankomst zijn we gedrieën gereed voor uitstappen en landen we wat later rustig op Noi Bai Airport in Hanoi.
We stappen uit, staan net in de rij voor de paspoortcontrole en terwijl we ons met Sam bezighouden zegt Bas ineens: “Oh nee, Sams koffer!!!!” en hij sprint terug door de hele lange hal waar we al doorheen gekomen zijn. Sams koffer is ingepakt als handbagage en zijn we in het bovenvak vergeten. Ik moet zeggen dat bij het uitladen van de rugzak en het draagstel door mijn hoofd schoot: “zo die koffer niet vergeten…”, maar ja wat er in mijn hoofd gebeurt en wat er daadwerkelijk aan acties uit komt, komt niet altijd overeen blijkt maar weer hahaha. 20 minuten later heb ik een bezweette Bas naast me staan die de longen uit zijn lijf gerend heeft. Gelukkig hebben we dat al vaker gedaan deze week haha 😒
Na een poosje wachten op de bagage, omdat er vooral vele gesealde enorme pakketten met voedsel op de band belanden, hebben we een krap uurtje later onze bagage te pakken en vinden we ook onze transfer die ons naar ons eerste hotel in Hanoi, Lenid hotel, brengt.
Na de check-in en een middagdutje voor Sam, besluiten we in de avond nog even op pad te gaan. We willen de nachtmarkt bezoeken en tevens wat te eten scoren: uiteraard liefst Vietnamees (pleeeease Vietnamese foooood!!)! 😃
We lopen de straat op met Sam en het is toch weer even wennen: de drukkende vochtige warmte, de chaotisch geparkeerde en rijdende scootertjes overal op straat, de openliggende rioolputten, oversteekplaatsen met zebrapaden waar niemand zich wat van aantrekt. Niet dat we niet eerder in Azië geweest zijn en herkenbaar is het ook, maar toch weer even wennen. Zeker met 15 kg draagstel op m’n rug.
We lopen op goed geluk een straat in en lopen over de weg, aangezien de stoep vol geparkeerd is met scooters. Halleluja zelden zoveel scooters tegelijkertijd gezien: geparkeerd, rijdend en alles daar tussenin. Dat is ook niet gek, want er rijden elke dag minstens 10.000.000 scooters door Vietnam. Bizar! Internet leert ons dat Vietnamezen geloven dat het dragen van een helm de hersencapaciteit beperkt, waardoor de meeste mensen geen helm dragen. Het is wel duidelijk waar ze zich hier het meest mee verplaatsen, op zich ook te zien aan de redelijke smoglaag die we boven de stad zagen hangen bij aankomst. Mondkapjes hier zijn dan ook niet voor Corona, maar met name om vervuiling in te ademen.
Afijn, we lopen wat kleinere straatjes door en zien de locals hun maaltijden bereiden, eten en aan de honden voeren. We zijn nog een klein beetje out-of-Place hier en hebben nog even geen benul waar we zelf het best naartoe kunnen gaan.
Fooooood
Even verderop lopen we tegen de St. Jozefkathedraal aan, een van de weinige christelijke bouwwerken. Het is hier gelijk wat toeristischer ook en we worden overal aangesproken door locals of we misschien kip, ananas, banaan of een waaier willen kopen. Gelukkig is een ‘nee’ meestal voldoende. We weten even niet goed hoe een geschikte maaltijd te vinden en dus pakken we het eerste het beste restaurantje wat er goed uitziet op links: ‘Vivienne’. Daar kijken ze erg geschrokken dat er daadwerkelijk mensen het restaurant in komen, maar voor we het weten zitten we boven onder een ventilator: nooit verkeerd met deze temperaturen 😊 Even later zitten we aan de Vietnamese noedels met biefstuk en spring rolls en dat smaakt heerlijk! Goede keuze! Sam begint te jengelen en dus betalen we even later 645.000 Vietnamese Dong, even in verwarring zijnd over of we nu duur of goedkoop gegeten hebben.
Één Vietnamese Dong blijkt echter €0,04 te zijn en 645.000 is dus ongeveer €27 met zijn drietjes. Dat is te doen ☺️.
Hang Duong Market
We lopen door richting de avondmarkt in het oude deel van de stad en komen langs het Hoan Kiemmeer, wat in de avond een broedplaats blijkt van sfeervolle muziekgezelschappen, Eiffeltoren-alike verkopers van led-items die je niet nodig hebt en huisvrouwen die gezamenlijk de rumba oefenen. Wat een gezelligheid!😃
We wisselen Sam op de rug even af die het allemaal wel prima lijkt te vinden en flaneren over de avondmarkt. Daar vinden we gelijk een souvenir voor aan de muur in huis en scoren dat gelijk zonder af te dingen- want de beste man van het kraampje vertelt ons dat die vlieger niet op gaat en dus geloven wij dat ☺️
Na een half uurtje over de markt gaan we toch maar eens terug, want elke meter met Sam op de rug zorgt voor een volledige zweetuitbraak en na twee gebroken nachtjes is het kaarsje bij Bas uit en bij mij eigenlijk ook ver.
Twijfels
Eenmaal terug in het hotel doen we een wasje en lezen de vakantiepapieren nog eens door. En geen idee of het komt door de vermoeidheid of de warmte of iets anders, maar ineens hebben we zorgen over de reis: het lijkt of onze nachttrein over een paar dagen geen vaste zitplaatsen heeft, maar hoe kan dat nou met Sam dan?! Wat nou als er dan geen plek is en we met onze bagage én Sam zitten. Hadden we dit wel moeten doen? Hadden we deze reis wel moeten boeken? Wordt het niet te zwaar met Sam op onze ruggen heel deze vakantie? Gaat ie wel genoeg kunnen slapen? Ineens komen allerlei twijfels boven en besluiten we eerst maar eens te gaan slapen; morgen, als we minder moe zijn, kunnen we vast beter relativeren.
Wandeling door de stad
Slaap blijkt toch een wondermiddel te zijn, want zaterdagochtend is alles een stuk helderder. Ik bekijk onze tickets en zie dat we wél vaste plaatsen hebben in de trein en Sam slaapt eigenlijk overal goed, dus misschien komt het wel gewoon goed.
Vanmorgen trekken we er op voor een wandeling door Hanoi langs wat hoogtepunten. Het eerste deel van de wandeling gaat naar het mausoleum van Ho Chi Minh (hij die verlicht); een revolutionair leider die een sleutelrol speelde in de stichting van één communistisch Vietnam en in verschillende oorlogen een inspiratiebron was, waaronder de Vietnamoorlog.
Na zijn dood is hij (overigens tegen zijn wil in) gebalsemd en ligt in een vierkanten imposant mausoleum: een bedevaartsoord voor de vele Vietnamezen die hem hebben gesteund in zijn strijd en genieten van een bevrijd Vietnam. We zijn niet binnen geweest, maar het gebouw zelf is indrukwekkend genoeg (het zou een lotus moeten zijn, maar is wel een erg hoekige lotus) en wordt bewaakt toch ontzettend veel wachters die fluiten naar elke willekeurige bezoeker die over het verkeerde lijntje stapt. Gelukkig worden wij gespaard, want braaf als wij zijn volgen we natuurlijk ook netjes te geldende regels. Sam doet het intussen weer super achter in het draagstel.
Bas en ik wisselen inmiddels elk half uur af, om onze rug een klein beetje te sparen en dat gaat eigenlijk best wel goed. Sam zweet net als wij behoorlijk van de drukkende plakkerige warmte, maar lijkt er niet heel erg veel last van te hebben en dat stemt ons gerust. (Aangezien we nog 2,5 week dit weer verwachten wel handig haha). Intussen wordt hij overal lief toegelachen en gezwaaid; er willen zelfs mensen met hem op de foto en hij doorstaat het allemaal met zijn heerlijke vrolijke enthousiasme. Wat een genot, dit kind!
We maken wat foto’s van de eenzuilige pagode en drinken wat bij een lokaal restaurantje, waar we in totaal 3,50 betalen voor 1 fanta, 1 cola en 1 sinaasappelsap (daar kun je in Nederland er tegenwoordig soms niet eens 1 meer voor kopen ;-)) en gaan via 6 omwegen nog even op zoek naar de paalwoning van Ho Chi Minh (haha klinkt dubieus, maar betreft gewoon een traditionele Vietnamese woning i.p.v. de grote woningen die regeringsleiders vaak toebedeeld kregen)
Overigens vinden we die woning niet en dus genieten we van de botanische tuin, die het geld zeker waard is, aangezien hij 2000 Vietnamese Dong kost (omgerekend zo’n EUR 0,08 per persoon :)), waar Sam elke boom aanwijst en wil aanraken en ‘boo’, ‘boo’ roept. Zo schattig! Zo vader, zo zoon ;-). Inmiddels zijn Bas en ik allerlei doorweekt, want het is hier midden op de dag godsverzengend heet, maar gelukkig heeft Sam zijn merino-wollen rompertje aan en zit hij redelijk stil, waardoor het voor hem nog mee valt. Desondanks valt hij niet veel later in zijn troon in een diepe slaap; gelukkig. Ik weet weer waarom ik zo naar Vietnam en Azië heb uitgekeken; ik weet niet, er hangt gewoon een lekkere vibe. Buiten dat het godsgruwelijk plakkerig is, is het gewoon heel gemoedelijk. De mensen zijn lief, lachen allemaal, zeker naar Sam en voel me er gewoon heerlijk. Fijn dat we hier zijn.
De tempel van de literatuur
We lopen terug in de richting van het hotel, langs de tempel van de literatuur: een tempel die geïnspireerd is op de filosoof Confucius en werd ruim 7 eeuwen gebruikt als opleidingsinstituut voor toekomstige mandarijnen. Zonder twijfel de oudste tempel (1070) van Hanoi. Hij doet een beetje Chinees aan en is ook geïnspireerd op de Chinese tempel in Qufu, herkenbaar aan rood met gouden altaartjes en pagodes met slangen. Nadien terug richting het hotel en toch bij elkaar zo’n 10 kilometer weggewandeld: toch een klein beetje mijn hardlooprondje gedaan, want met al die warmte verbrand je bijna net zoveel calorieën haha. Inmiddels kunnen alle kleren weer de was in, want letterlijk alles is nat van het zweet zodra we bij het hotel aan komen.
Streetfoodtour
Oooohhh naar dit element had ik zoooo uitgekeken. Vanavond gaan we op pad met een lokale Hanoyaan (geen idee of je dat zo noemt en of je dat zo schrijft), die ons de Vietnamese specialiteiten gaat laten proeven. En aaaaah ik hou zo van eten en zeker van dit soort eten. Suuuuper benieuwd!
Om 17:00 worden we opgehaald door Ngoc, voor eens en voor altijd duidelijkheid over hoe je de NG-klank hier in Vietnam uit moet spreken: dat is namelijk een keelklank. Je spreekt hem achterin je keel uit. En gewoon als ‘hng’, dus dat klinkt als ‘cong’, maar dan praktisch andersom. Haha ik wilde hier echt een heel duidelijk verhaal bij typen over hoe je dat nu handig uitspreekt, maar veel duidelijker wordt het er niet van. Ik doe het nog wel eens voor hahahha. Enfin, we worden dus opgehaald en gaan op pad richting de eerste bestemming. Echter, zoals wel vaker in ‘rainy season’ blijkt dat de regen eerst andere plannen met ons heeft. Met BAKKEN komt het al snel uit de lucht en ondanks dat de regen hier bijna warm voelt en een lichte verkoeling is van het benauwde drukkende weer schuilen we onder een afdakje. Dat blijkt echter al gauw niet meer voldoende te zijn om niet als verzopen katjes de avond in te gaan, dus schuilen we even verderop in een gebouw onder constructie. Daar mag je hier in Vietnam gewoon in hahaha. Ruim een half uur later regent het nog steeds en onze gids kijkt een beetje beteuterd. Ons maakt het echter niet zoveel uit, we houden de sfeer er in, zijn wel wat gewend en onze kleine vriend boeit het helemaal niks, als ie maar op onze rug zit en een tut heeft (toch fijn dat we hem dat nog niet hebben afgeleerd haha).
Na ongeveer 45 minuten schaft onze gids drie poncho’s aan en lopen we door de inmiddels hoge plassen verder. Gelukkig heeft Sams draagzak ook een regenhoes en anders zat hij er waarschijnlijk ook niet echt mee haha. Iets verderop lopen we een plaatselijk tentje in, waar we zelf waarschijnlijk nooit gekomen zouden zijn (kijk, dat vind ik nou dus zo leuk aan dit soort tours; je komt op plekken waarvan je denkt: huh?! Kun je hier eten?!) We schuiven aan tafel en krijgen een heeeerlijke lokale vissaus met groene papaya, waarin we Bánh Gôi (kussenvormige crispy dumplings) en echt AMAZING springrolls eten. Jezus wat zijn die dingen lekker zeg! Sam smult er ook volop van: hier willen we wel meer van! Uiteraard flikker ik met m’n stokjes weer een halve springroll in de vissaus, maar gelukkig spant Sam de kroon met er een zootje van maken, omdat hij ‘zelf wil eten’: super goed idee! Gevolg; teringzooi op de tafel, teringzooi op de grond, teringzooi op Sams kleren. Maar gelukkig leert hij er heel veel van en troosten we ons maar met die gedachte hahaha..
Sam krijgt de mogelijkheid van ons om van locatie 1 naar locatie 2 zelf aan mijn hand en die van onze aardige gids te lopen, die ons vertelt dat ze zelf lerares Engels is op een secondaire school, waar naast Engels ook Japans, Chinees en Koreaans standaard gegeven worden. In haar avontuurtjes doet ze deze tours erbij. Lekker kletsend leren we nieuwe dingen over Vietnam terwijl ze de auto’s simpelweg tegenhoudt met haar rechterhand als we door rood over willen steken. Heerlijk hoe dat hier gaat. Ons volgende restaurant is gesloten, maar even kletsen met de buurvrouw en weer wordt een ander tentje gevonden waar we een VERRUKKELIJKE rijstnoodlesoep met kip krijgen voorgeschoteld. Echt, alleen voor het eten al moet je naar Vietnam komen! Gezond, want veelal in water gekookt of gestoomd en veel groente en koriander: love it!
Sam flirt met een stelletje aan de overkant van de tafel, maar vindt het toch nog wat te spannend om bij het meisje op schoot te gaan zitten hahaha. Desondanks vermaakt hij zich prima. Als ie maar eten krijgt he, net z’n moeder hahaha.
We gaan langs onze laatste streetfoodplekje en krijgen gedroogde abrikozen, pruimen en kum quat aangeboden: ronde vruchtjes ingelegd met kruiden, gember, zout en suiker. Sooow die komt aan hoor. De pittige vruchtjes laten een brandend spoor achter in onze maagjes. Zelfs Bas moet er even van slikken. Desondanks: yummm!!
We gaan terug richting hotel en tijdens die wandeling valt Sam al heerlijk in de rugzak in slaap. Die gooien we gelijk plat. Word je moe van, al dat geflirt met locals ;-). Bas gaat nog even op pad, terwijl ik in het hotel blijf. De The Huc (zonnestraalbrug) hebben we gisteren namelijk wel gezien, maar niet gefotografeerd omdat Sam te moe was. Bas loopt lekker even die kant op, kan ik mooi even bloggen enzo :)
En zo zit onze tijd in Hanoi er alweer op, wat natuurlijk ook slechts een dagje was. Op zich een fijne stad, vinden we allebei. Niet super druk, ook niet heel toeristisch (wat wij 00k wel fijn vinden), lieve vriendelijke mensen, ogen soms wat gereserveerd. En ook vooral heel groen. De hele stad vol met bomen en struiken, ook midden op straat. Zelfs op balkons krijgen complete klimplanten een kans. Daarbij worden ze netjes onderhouden en van water voorzien op zijn tijd. Echt een mooi aanzicht, al dat groen. Netjes en opgeruimd is het ook, straten worden aangeveegd en afval opgeruimd.
Communisme
Het communisme leeft hier heel duidelijk, te zien aan alle rode vlaggen met gele ster, maar ook aan grote statige overheidsgebouwen, officials met olijfgroene outfits en propaganda-uitingen op posters. Het doet ons een beetje aan Oost-Duitsland, China, Rusland denken. Ik wist eigenlijk helemaal niets daarover en een van m’n doelen deze reis is dan ook om meer te weten te komen over de historie van dit tot nu toe prachtige land. Daarnaast vraag ik me af in hoeverre het communisme ook nog in het dagelijks bestaan en de persoonlijke economie van gezinnen te zien is.
Het communisme leeft hier heel duidelijk, te zien aan alle rode vlaggen met gele ster, maar ook aan grote statige overheidsgebouwen, officials met olijfgroene outfits en propaganda-uitingen op posters. Het doet ons een beetje aan Oost-Duitsland, China, Rusland denken. Ik wist eigenlijk helemaal niets daarover en een van m’n doelen deze reis is dan ook om meer te weten te komen over de historie van dit tot nu toe prachtige land. Want ondanks het communisme, loopt wel iedereen de hele dag met zijn iPhone rond, en zie ik toch veel verschillen tussen arm en rijk. Hoe zit dat dan? En hoe werkt het? Ik vraag me af in hoeverre het communisme ook nog in het dagelijks bestaan en de persoonlijke economie van gezinnen te zien is.
Morgen gaat de reis in de ochtend (8:00 vertrek: bij jullie 03:00) naar Tuan Chau Habour (de haven), om op een boot met overnachting naar een van de hoogtepunten van onze reis toe gaan: Halong Bay.
Spreek jullie daarna weer! :)